B van Barcelona
Zou
u, indien u geboren en opgegroeid was in úw ideale
stad, een vollediger persoon zijn geworden? Niet slimmer
of intelligenter, niet rijker of geslaagder, maar vollediger?
Met dezelfde ouders, hetzelfde milieu, dezelfde klasgenoten. Alleen een andere
stad. Heeft een stad de kracht om een mens te bepalen? Hoort Jean Paul Sartre
bij Parijs en Marcel Proust bij Combray? Bepaalde Liverpool John Lennon? Vormde
Berlijn Rainer Werner Fassbinder en maakte New York Andy Warhol?
Elke
keer als ik in Barcelona kom, stel ik mijzelf die vraag.
Hoe zou ik geworden zijn als ik hier als jongetje had
gespeeld of door deze straten had geslenterd, in deze
zon was opgegroeid? Ik zie mijn ouders over de Ramblas
flaneren, op weg naar een dansfeest op zaterdagavond.
Het appartement in de hoge huizenblokken is afgesloten:
we zijn niet thuis. Ik zou er de weg weten in huis, elke
stoel, elk boek, elk geluid zou mij bekend zijn. De geuren
uit de stenen keuken, de donkerte achter de luiken van
de slaapkamers. We zouden andere dagritmes hebben en
andere gewoonten. Tradities zouden op een andere manier
in ere worden gehouden. Mijn moeder zou in de overdekte
markthallen te vinden zijn, mijn vader wat luidruchtiger
spreken en wat trager lopen in de middagzon. Maar ik?
Hoe zou ik zijn? Anders, dat is al wat ik weet. Zou ik
meer van mezelf ontdekt hebben, meer vanzelfsprekendheid
in gebaar en houding hebben, meer talent binnenin hebben
ontdekt en gebruikt? Zouden er meer niveaus zich naast
elkaar hebben kunnen ontwikkelen, zou het zelfbegrijpend
denken over alle verschillende eigen handelingen en zienswijzen
groter zijn geworden?
Soms denk ik van wel. Bijwijlen geloof ik dat de complexiteit van een stad
in de kern van je persoon doordringt en er deel van wordt. Dat je manier van
denken net zo wordt als de beweging van het verkeer, met haar hoofdstraten
en geheime stille doorgangen. Dat je in je ontwikkeling even stil kunt staan
zoals je dat deed op de pleintjes in de stad, om te overdenken en te verpozen
en vervolgens de drukte en de beweging weer kunt induiken. Dat je met jezelf
verrassende confrontaties kunt hebben zoals de toevallige ontmoetingen met
onbekende stadsgenoten, die je veranderen in opvatting, confronteren met een
nieuwe denkwijze of verbazen door hun aangeboren of zelfontdekt levensplezier.
Dat je in de nuances van de kleuren van de stad kunt leren denken. Barcelona
is bruin, roest en grijs.
Misschien komt het door de schaal. Barcelona is een miljoenenstad, maar overweldigd
nooit. De stad neemt haar bewoners in zich op maar verslind ze niet. In Parijs
ben je niemand, in Londen loopt je verloren, in New York besta je niet eens.
Brussel is een verzameling dorpen, in Berlijn ben je anoniem, in Geneve ken
je niemand. Milaan is gesloten, Antwerpen te klein en Hamburg teveel nacht.
Amsterdam is hard, Düsseldorf te opschepperig en Rome te groot. Alleen
Lyon... ja, Lyon heeft het ook, maar dat is een volgend verhaal.
Barcelona
daarentegen is totaal. De gebouwen, de mensen, het verkeer.
De kleine straten, de grote boulevards. De Ramblas en
de haven vullen elkaar aan. De kathedralen en de stierenarena
spreken elkaar tegen. De bewoners dansen op straat, huilen
bij het huwelijk van de prinses en drinken in de avond.
De tapas, de callemari, Salvador Dali, Pablo Picasso,
Juan Miro, Antoni Gaudi, Antoni Tàpies, de Olympische
spelen en de Wereldtentoonstelling, het stedelijke grit,
het nieuwe havenfront, de Moll de la Fusta en de Port
Vell, Barcenoleta en zelfs Johan Cruyff horen allemaal
tot Barcelona. Het is een fiere stad, zoals de Catalanen
hun eigen inborst, omringd en beschermd door de massieve
bergen en uitkijkend over de Middellandse Zee. Daardoor
afwachtend én tegelijk uitnodigend. Met een geschiedenis
die teruggaat tot de stichting door de Carthagers en
de verovering door de Romeinen. Opbloeiende periodes
en kwetsbare zwarte tijden wisselen elkaar af door de
eeuwen heen.
Michel Lafaille
februari 2004 |