Una giornata
particolare a Lago di Como
De
route langs het Meer van Como was al bekend toen het nog maar een paadje was.
Voor het Romeinse leger er voorbij trok om Europa te veroveren was het al een
bekende handelsroute. Daar waar de Alpen beginnen te dalen richting Italië en
overgaan in de Povlakte met het land van Milaan, is er lang geleden een reeks
gletsjermeren ontstaan. Ze dragen betoverende namen zoals Lago Majore, Lago di
Lugano en Lago di Como. Mooie namen die een eeuwenoude geschiedenis verraden.
Beroemd door de mondaine steden, maar ook befaamd door de duizendjarige beschaving.
Het
Grand hotel
Terwijl
buiten de mistnevels mysterieus blijven dansen boven het meer van Como, biedt
de hotelhal van het Grand Hotel een stijlvolle bevalligheid. Tremezzo is een
van de dorpen langs de oevers van dit meer. Een prachtig boek vertelt over de
graaf Volta die hier geleefd heeft en ons de eenheid van elektrische spanning
heeft geschonken, over kunstenaars uit heel Europa die hier inspiratie hebben
gezocht, over de 421 meter diepte van het meer waardoor het een apart ecologisch
leven heeft, over de geheime vorm van dit meer dat er uit ziet als een omgekeerde
Y. Die raadselachtige Y-vorm zou Leonardo da Vinci hebben geïnspireerd.
De meester zou echter niet alleen door de elegantie van dit landschap maar ook
door de aanwezige cultuurtempels in het omringende land zijn geïmponeerd.
Dat ze een onuitwisbare indruk op Leonardo hebben nagelaten is goed te begrijpen,
want de kerken, paleizen, villa’s... ze zijn er nog allemaal en ze
liggen allemaal aan die kronkelende weg rond het meer.
Rijk en arm, beroemd of onbekend, getrouwd of gescheiden, gelovig of niet, geslaagd
of mislukt... iedereen woont aan deze kronkelende weg die zich nooit verder
dan een steenworp afstand van het meer om de bergvoeten heen slingert. Het lijkt
wel of al het mooie uit diverse wereldculturen hier bij elkaar komt. Schoonheid,
elegantie, kleurenpracht, verfijning. Dat zijn de begrippen waar men hier de
hele dag mee in het hoofd loopt. Jaar na jaar, eeuw na eeuw, laag over laag is
hier gewerkt, gebouwd, gevormd, geslepen, gepolijst. Totdat alleen een veredelde
sierlijkheid overbleef waaruit deze wereld lijkt te bestaan. Het zou onmogelijk
zijn om hetgeen hier nu te zien is ook werkelijk te ontwerpen. Niemand, niemand
zou een dergelijk landschap kunnen bedenken, laat staan er de rijk uitgevoerde
villa’s aan toevoegen die in deze onvergetelijke tuinen staan; tuinen die
schijnbaar onschuldig langs de hellingen op lijken te klimmen om dan op het moment
dat men zich traag omdraait, om eventjes naar het meer terug te kijken, met een
verpletterende kunstzinnigheid tentoongesteld blijken te liggen. Het meer daar
beneden lijkt wel speciaal te zijn gegraven voor deze uitkijkpunten. Dit landschap
is inderdaad gekneed, geboetseerd, gepenseeld gedurende al die eeuwen en kan
zich daarom aan ons presenteren als een van the grand old lady’s van onze
beschaving. Every inch a lady, zeggen de Engelsen en zij kunnen het weten want
zij komen hier al honderden jaren als ze op hun Grand Tour zijn.
Parco Mayer
De mist
en de nevels lijken iets op te klaren en dat is het moment om het boek neer te
leggen en de gracieuze omgeving van het hotel voor even te verlaten. Aan de overkant
ligt het dorpje Bellagio, dat in fragmenten te voorschijn komt telkens als de
dikke mistbrij zich even opent. De veerboot vaart wel, maar het dek is leeg.
Beter hier in Tremezzo blijven gebaart iemand. Op weg dan maar naar het Parco
Mayer, een voormalige rijke villatuin die nu een openbaar park is geworden. Wandelend
langs het meer komt langzamerhand meer en meer van de wereld tevoorschijn. Alle
ingrediënten van de villatuin zijn nog steeds
aanwezig. De bomenverzameling, de coniferen, de wandelkade langs het water overdekt
met een berceau van platanen, de grote centrale fontein. Tot en met de stenen
brug die over de weg naar het tweede deel van de tuin gaat, want ook hier is
de weg rond het meer present. Het melkachtige licht van de optrekkende mist geeft
aan alles een zwart silhouet. De mist die nu uiteendrijft in lange lage flarden
die alles spannender maken samen met de bergcontouren die een sterke dramatiek
verlenen aan de plaats. Het is stille zaterdag en dus morgen Pasen. Wat kan het
eenzaam zijn in het paradijs.
Bij de fontein
loopt een man te telefoneren. Het is alsof hij veel moet regelen en het lot van
het hele Italiaans toerisme op de schouders heeft: de mist moet weg, de zon moet
op, de bloei moet sneller... Het is net een film. Daardoor komt ook het besef
naar voren dat in alle Italiaanse films de verhaallijn zich altijd in de openbare
ruimte afspeelt. Eenmaal doordrongen van dit plots begrip, wordt de publieke
ruimte en de werking ervan hier aan het meer van Como veel zichtbaarder. De openbare
ruimte die zich als vanouds aandient voor de samenvoeging van de religieuze,
de sociale en de politieke wereld in bijeenkomsten van verdriet en of van vreugde.
In betogingen, processies, stakingen of bruiloften. Hier is de openbare ruimte
ontstaan, ligt de kiem van deze beschavingsvorm. De buitenruimte van dorp en
stad is hier veel meer dan louter een organisatie van functies. Op straat zit
men, knielt men, men omhelst elkaar. Men praat er, men eet er, men leest er staande
de krant. Morgen, op Paaszondag, zullen op de voorpleinen van de kerken de mensen
hartelijk zwaaien en elkaar Zalig Pasen toeroepen. Zo is het altijd geweest en
dat is wat men hier buiten overal voelt.
Villa Carlotta
Dan is het
Pasen en breekt de zon door. Nog steeds is het dorp Tremezzo niet helemaal verkend.
Het hotel heeft de mooiste trap van het ganse meer. Omdat het gebouw zelf hoger
ligt dan de weg rond het meer, al op de berghelling, is er over de hele breedte
van de façade een dubbele trap gebouwd, nu
volgegroeid met wintergroene klimplanten en verrijkt met palmen (Chamaerops humilis).
Zo lijkt het hotel toch aan de weg te liggen. Vanmiddag zal hier pal voor de
ingang de plaatselijke wielerronde aankomen. De witte eindstreep is al geschilderd,
enkele politiemannen hangen hier en daar wat verveeld rond. Tweehonderd meter
verder neemt het meer een plotse scherpe bocht waardoor de waterkant uit het
zicht verdwijnt. Daar staan twee reusachtige platanen die met hun nog kale winterse
takken half over het water hangen. Zij markeren de ingang van Villa Carlotta,
een paleisje uit het einde van de 17de eeuw, gebouwd door een Milanese bankier.
Het koepelgebouwtje dat vanuit de verte al verlokkelijk te zien is, blijkt een
oude kapel te zijn en nu museumwinkel, want de Villa is te bezichtigen.
Voor de villa met uitzicht over het meer ligt een Italiaanse terrastuin die op
het einde van de 17de eeuw werd aangelegd door de eerste eigenaar Giorgio Clerici.
Alhoewel hij door de opeenvolgende eigenaars werd aangepast, vooral dan door
Albert II van Saksen-Meiningen, is het barokke karakter ervan vrij intact bewaard
gebleven. Hij was een gepassioneerd botanicus die van de Villa Carlotta een echte
botanische tuin maakte. Dat kon hij omdat hij was gehuwd met de Nederlandse prinses
Carlotta van Nassau, die de Villa van haar moeder kreeg voor haar huwelijk, er
daarna drie kinderen baarde maar op 29-jarige leeftijd stierf in het kraambed.
Wat kan het eenzaam zijn in het paradijs.
De tuin geeft echter niet veel tijd
voor mijmerende ogenblikken over het verleden. Hier kan men werkelijk dagenlang
rondwandelen en genieten van al deze pracht en praal, om het vervolgens in het
volgende seizoen weer te doen want dan geeft de villatuin weer nieuwe geheimen
prijs.
Centraal op het voorplein ligt een rond waterbekken met een fontein. Langs de
zijkanten staan grote haagblokken van laurier en laurierkers en van Japanse camelia’s
(waarschijnlijk de allereerste die in Europa arriveerden). Langs enorme berceaus
hangen citroenen en sinaasappelen, hetgeen wat vervreemdend aandoet bij de Paasdagen.
Waarschijnlijk laat de tuinman ze hangen voor de toeristen. Overal dezelfde dwergpalmen
als bij de hoteltrap, schijnbaar losjes neergeplant, contrasterend met de strakke
geometrie.
Een imposante
trap bestaat uit vier niveaus die via een dubbele trap met elkaar verbonden zijn.
Waar die trappen samenkomen ligt een grot met een waterbekken. Op de foto in
de gids is te zien dat deze grotten in de zomer gedeeltelijk aan het zicht onttrokken
zijn door waterplanten zoals papyrusplant en aronskelk (Zantedescia aethiopica).
Er zullen dan ook overal kuipplanten staan in de nissen en op de trappen met
de reuzeagave (Dasylirion acrotrichum).
Uit de museumgids
De citrusaanplant dateert uit het prille begin van de tuin
toen alle terrassen met citrusfruit waren beplant, wat de plaats de naam selva
citrina opleverde, het citroenbos. Maar omdat de streek niet echt geschikt is
voor citrusvruchten, werd een ingenieus systeem uitgedacht waarbij de boompjes
in de winter met een houten tunnel kunnen worden afgedekt waaronder de temperatuur
nooit beneden 4 à 5°C
zakt. Helemaal aan het einde van een van de citrusberceaus groeit een oud exemplaar
van de zeldzame Braziliaanse Feijoa met vruchten die het midden houden tussen
een vijg en ananas.
Er zijn
de vele rozensoorten, zo schrijft de gids, met de Rosa ‘Mermaid’ als
absoluut hoogtepunt (een hybride tussen een Rosa bracteata en een theeroos uit
1918). Er is de kabouterfontein met zijn mysterieuze sfeer, er is een geheime
vallei, er zijn de snoeivormen waaronder een beukenboom die half doorgeknipt
lijkt. Er is de rotstuin, er zijn de Magnolia grandiflora, de boomvarens, de
tulpenbomen, de Parrotia’ s, de imposante platanen tegen de berghelling
op...
Het beroemdst zijn de metershoge azaleastruiken die aan beide zijden van het
pad zijn aangeplant en in brede golven uitwaaieren over de gazons. Ongeveer halverwege
de azalealaan ligt een klein prieeltje van waaruit men een uniek uitzicht heeft
over het meer.
Verderop staan de boomrododendrons. Als die bloeien gaat men hier niet meer weg.
Het woord orgie schijnt hier te zijn ontstaan.
Weer blauw
Ondertussen
is de zon boven het meer verschenen en zijn er glimpjes van de echte Italiaanse
blauwe lucht te zien. Het gebeurt een paar keer in het leven dat men de afweging
maakt om te verhuizen. Met een frisse blik kijkt men even naar de eigen mogelijkheden
en slaagkansen om in een andere cultuur, in een andere taal aan de slag te gaan.
Men projecteert zichzelf in een vreemde situatie om even aan te voelen hoe die
nieuwe jas zich om het lichaam zou voegen. Natuurlijk zijn er al die praktische
overwegingen, maar het is toch mooi om in een landschap rond te lopen dat zulke
gedachten wakker maakt in het hoofd: het geeft een paradijselijk gevoel. Maar
wat kan het eenzaam zijn in het paradijs. Gelukkig was dit nog maar Tremezzo
en morgen is het pas maandag. Dan ligt de stad Como zelf ook nog te wachten en
het meer heeft een omtrek van 60 kilometer, dat belooft...
Michel Lafaille
april 2005
|