Enkele teksten:
 Una giornata particolare a Lago di Como (Aprile 2005)
 La couleur n' existe pas... (Décembre 2004)
 Die Trägheit Mallorcas (August 2004)
 The quest for beauty (December 2003)

 

Daar is zij dan, de openbare ruimte (september 2006)
De groene reuzen van Brussel (maart 2006)
Drie musea van Frank O. Gehry (dec 2005)
Het geheim van het bosje (mei 2005)
Una giornata particolare a Lago di Como (april 2005)
A van Antwerpen (mei 2004)
De Wirtz familie (mei 2004)
Stad van Trouvailles (mei 2004)
De onschuld van de rivier (mei 2004)
De romantiek overleeft (mei 2004)
De Waal (april 2004)
Santhagens in Amsterdam: Pictures at an Exhibition (maart 2004)
Het dogma van het perspectief (maart 2004)
Henk van Os - Het Russische Landschap (maart 2004)
De straat (maart 2004)
De kunst van het reizen (februari 2004)
Parc Georges Brassens (februari 2004)
Leren van het kiekje (februari 2004)
Het sprookje (februari 2004)
De zitplek (februari 2004)
B van Barcelona (februari 2004)
De tederheid: New York (januari 2004)
Tijd & Ruimte: Het Loo (december 2003)
De queeste voor schoonheid (december 2003)
De andere kant van het meer (juni 2003)
De lijn (juni 2003)
Lodewijk Baljon (mei 2003)
Starck in Parijs... een knock-out (april 2003)
De muur (april 2003)
50 Ways to meet Madrid (april 2003)
Nils Udo (maart 2003)
Over beleven (maart 2003)
De trap (februari 2003)

Leren van het kiekje

De spectaculaire openingssequentie in de film E.T. van Steven Spielberg –met de zwaaiende en zoekende zaklampen– wordt al snel gevolgd door een huiselijke scène in een eetkeuken. We zien twee jongens en een vrouw, de moeder, want ze kookt en zet gerechten op tafel. Er is weinig tekst, tot een van de jongens enthousiast roept dat er bij de post een ansichtkaart van papa is. Een ansichtkaart uit Zwitserland. De moeder zegt zacht (tegen zichzelf?): He hated Switserland.
In deze drie woorden –en de manier waarop ze gezegd worden natuurlijk, ere wie ere toekomt– zit een volledige roman verscholen. Het getuigt van een genialiteit van scenariste Melissa Mathison om in één seconde een volledige situatie te schetsen. De gescheiden vrouw met kinderen, de vader die met zijn nieuwe vriendin in Europa zit en nu wel die zaken doet die hij zijn vrouw vroeger niet gunde, de blinde adoratie van de jongens, de moeder die vastzit in ressentiment en de enthousiaste jongens die voor alles open staan, waardoor ze later met E.T. in contact kunnen komen. In één zin van drie woorden wordt bijna een heel leven samengevat. Met andere woorden, de schrijfster is in staat om ons in een enkele repliek van een van de personages een gelaagdheid aan te bieden die verwijst naar een complex verleden waar wij verder geen informatie over krijgen, maar wel de verweven gevolgen in de huidige context van begrijpen. Het knappe is niet alleen dat de scenariste deze constructie zo kon bedenken, maar ze ook kon verwerken in de frase van de moeder als een vanzelfsprekende en natuurlijke reactie die een vrouw in een dergelijke dialoog zou gebruiken.

Kiek

Diezelfde korte informatiestoot, diezelfde hevige openheid op het leven wordt ons gegeven in het kiekje. Het kiekje dat we kennen van ‘een kiekje nemen’ en ‘kiekjes maken’. Een interessant detail hierbij is de etymologie van het woord kiekje. In tegenstelling tot wat velen denken stamt het woord niet af van het werkwoord kijken of van een kijkje nemen, maar van de Leidse fotograaf David Kiek (1811-1899). Volgens het verhaal zou Kiek telkenmale door dronken studenten zijn wakker gemaakt die midden in de nacht wilden dat hij foto’s van hen nam. Hoe meer foto’s men bezat van Kiek (kiekjes dus), hoe glorieuzer men in aanzien stond. Door de dronken toestand van de studenten leidde dit natuurlijk niet tot hoogwaardige portretten. Deze onduidelijke beelden leken op de gelegenheidfoto’s door amateurs genomen, en ziedaar, een nieuw woord was in de volksmond geboren.
Soms wordt wel eens het Engelse woord snapshot gebruikt, ter aanduiding van een snel, uit de losse pols genomen foto. Maar dat is eigenlijk geen kiekje. Een professionele fotograaf kan wel een snapshot maken, maar geen kiekje. Hij kan hoogstens een kiekje proberen na te maken, maar daarover straks meer. Het woord kiekje verwijst dus naar een amateur-foto, of dat wat we ons daarbij voorstellen.

Het kiekje

Het echte kiekje heeft verschillend gevarieerde eigenschappen. Laten we ze even analyseren.
In de eerste plaats komt een kiekje altijd als waarheid over. Het geeft een ongecompliceerd beeld van een grote onschuld en een eerlijkheid van de mensen of de dingen op de foto, zoals ze toen in die tijd waren. De tijd dat de foto gemaakt werd. Kiekjes verwijzen altijd naar het verleden, in tegenstelling tot de snapshots die door hun heimelijkheid een getuigenis geven van iets wat schijnbaar nog steeds bestaat, gebeurt of plaats vindt. Snapshots laten iets zien wat we eigenlijk niet mochten zien, waar we heimelijk naar kijken en waarvan de mensen of de dingen op de foto ook niet weten dát wij het zien. Maar zo wel op het kiekje. Deze mensen staan geposeerd voor ons. Met volle overtuiging en toestemming staan, zitten of liggen ze met hun blik recht in de lens van de kamera. Let wel, de mensen zijn geposeerd, maar de foto is niet gecomponeerd; anders was het geen kiekje geworden. Dan was het een foto of een portret; een stilleven of een landschapszicht. Nu is het een oprechte en pretentieloze opname van een bepaalde situatie waar de fotograaf bij aanwezig was en op het knopje drukte. Men voelt bij een kiekje de tegenwoordigheid van diegene die de foto heeft gemaakt, hij of zij was toen deel van de situatie, alleen even uit beeld, om zo te zeggen. Na de druk op de knop, al dan niet gepaard gaand met een van de bekende kreten ‘Lachen’ of ‘Cheese’, zal de fotograaf weer naar voren lopen, de foto inlopen als het ware en weer deelgenoot worden van het geheel.
Hierdoor heeft de foto iets échts en daardoor een onschuld en een vertedering. De mensen op de foto geloven in wat ze zijn, stralen dat althans uit. Maar zo ook met de dingen of de landschappen. Ze zijn echt, ze moeten bestaan hebben. Nergens zien we dat de foto bewust vanuit een bepaalde hoek is genomen om iets te camoufleren of af te snijden. Alles toont zich openlijk. De molen in het weiland, het kapelletje in de bergen, het restaurant waar we aten, de tuin van mijn opa. Zullen ze dat over 50 jaar ook over onze kiekjes zeggen? Want hoeveel kiekjes zullen er dan wel niet zijn? Als we kijken naar al die wandelende fotografen, met de digitale camera in de hand, hoog boven het hoofd of met uitgestrekte arm en steelse blik op de viewer, dan moeten dat er miljarden worden.

Verzamelaars

Deze foto’s zullen dezelfde onschuldigheid hebben van de al bestaande beelden. Ze zullen tevens even onwennig of ongeduldig, onzeker of zenuwachtig gemaakt zijn door evenzovele amateur-fotografen. Ze zullen even overbelicht, onscherp en verkeerd gekaderd zijn want de afdrukkers hebben geen geoefend oog. Het zijn immers geen professionele kijkers of beslissers –want een foto nemen is gelijk aan beslissingen nemen–, het zijn daarentegen vastleggers of verzamelaars. Verzamelaars van momenten, van herinneringen voor later.
Wat de fotograaf van het kiekje eigenlijk doet, is uitdrukking geven van de wil om het gegeven en op dat moment bekende subject mee te nemen. Het onderwerp (de ouders, de klasgenoot, de buurman, de onbekende op een reis, de ober in het bergcafé) moeten meereizen naar daar waar de kiekjesfotograaf heen zal gaan, voor de rest van het leven.
Levenslang zullen de onderwerpen meegedragen worden, dikwijls gekoesterd als tere onderdelen van het verleden welk een bepaling geeft aan het huidige bestaan. Kiekjes vermaterialiseren het voorbije zonder welk men niet zou zijn wie men vandaag is. Zoals de populariteit van het stamboomonderzoek als resultaat een legitimatie verschaft aan het hier zijn, als logisch gevolg van alle voorouders. Als de genealogie de steiger vormt van het bestaan, zijn de kiekjes de bouwstenen waaruit het leven is opgetrokken.

Foto

Een echte of professionele fotograaf daarentegen zal een foto maken om het gefotografeerde voor altijd buiten zichzelf te plaatsen. Eenmaal de foto gemaakt, kijkt hij niet weerom, tenzij de professie erom vraagt.
De beroepsfotograaf vervormt de wereld door op het té juiste moment af te drukken, door een té scherpe kadrering, door een té juiste inzoom op of uitsnijding van de realiteit. Men weet nooit wat er zich naast de foto bevond, of het beeld de hele of een halve waarheid weergeeft. Men denke hier aan de wereldberoemde foto van het landelijke zandpad welk zich achter de barakken van Dachau bevond en eigenlijk het pad was naar de gaskamers. De uitsnede van de foto bepaalde de waarheid.
Een ‘echte’ foto is dientengevolge een nieuwe echtheid, die nog niet bestond voor de foto genomen werd maar door de keuze van de fotograaf (een keuze die onherroepelijk bepaald wordt door scholing, vorming, kennis en cultuur) en door zijn beslissing pas op het moment van afdrukken begint met existeren.
Foto’s vormen dus geen levens, kiekjes wel. Een foto kan wél vorm geven aan het leven en dat kan een kiekje weer niet. Een foto kan roeren vanwege de weergegeven schoonheid of schokken door zijn inhoud of fascineren door zijn compositie of lijnenspel. Het kiekje getuigt van de waarheid doordat het onderdeel is van een rijkere collectie.

Tuinen

Is dat niet hetzelfde wat mensen in tuinen (lees landschappen) doen? Verzamelen, vastleggen. Dit hebben we daar gekocht, dat hebben we van die gekregen, dit is over van jouw verjaardag, deze rustieke bank is van vorige zomer toen het zo’n mooi weer was. Ja, dat is springzaad, vonden we leuk maar nu krijgen we het er niet meer uit. Nee, die coniferen stonden hier al voor wij kwamen en dat lapje groenten is van onze kleine Jan; die hostas zijn van oma maar die doen het hier niet.
En is tegenover het kiekje van de amateur-fotograaf, de bedachte en gestileerde fotografie niet die van de tuinontwerper? Die als een hoffotograaf verschijnt op afroep, die structureert, analyseert, verbindt met de omgeving, verwijst naar het verleden van de plek, beslist en dan weer weggaat? Maar die geen kiekjes kan maken. Hoogstens probeert na te maken, maar dat niet kan. Een meester is alleen op zoek naar het esthetische en zal daardoor een meesterwerk proberen achter te laten, waarin voor het vulgaire kiekje geen plaats is gereserveerd. De tuinbezitter zal, terwijl de meester amper het huis heeft verlaten, zijn collectie kiekjes te voorschijn halen en kijken hoe hij figuurlijk gesproken, naast zijn nieuwe echte Van Gogh nog een reproductie van Gauguin kan ophangen, want er toch nog plaats.

Pleidooi

Daarom schrijven wij hier de start van het pleidooi voor het kiekje. Wij pleiten niet voor een hedendaagse cultvorm zoals te zien in musea en galerijen, waar polaroids tot enorme formaten opgeblazen een inkijk tonen in het privé-leven van onbekenden waar men niet zonder gêne naar kan kijken; waar het kiekje wordt misbruikt om op een Big Brother-achtige wijze de trivialiteit van het bestaan te cultiveren. Echter wel het kiekje van de onschuld, van het meegenomen souvenir welk een extra dimensie geeft aan de sleur van het dagelijkse leven. Het kiekje van de oprechte waarheid, de open en eerlijke liefde van de mens voor iets wat niet van hem is maar hij toch een plaats in zijn leven wil geven. De duiven van het San Marcoplein, de kleuren van Toscane, het zilver van de olijfbomen van Marjorca, het terras uit Umbrië, de geur van de Provence, het gras uit Friesland. Maar zo ook de verdwenen tuin van oma, de seringen van de voormalige pastorietuin, de luiheid van de dorpstuin, het avontuurlijke van de stadsrand, de rust van een weiland.
Een betoog voor een visuele neerslag van de herinneringen, niet uit puur esthetisch genot, maar als broedplaats van de geschiedenis. De eigen geschiedenis waarin de tuinbezitter zich kan herkennen en terug kan vinden. Een pleitrede waarin de tuinontwerper een tuin maakt die moet meeverhuizen met de eigenaar, omdat die er onlosmakelijk mee verbonden is. Help de kiekjesbezitter zijn herinneringen vorm te geven in de tuin, in plaats van hem glanzende, Kodachrome, onberispelijk uitgevoerde fotografie aan te bieden die hij slechts vanuit cultuurdrang en cultus tot zich zal kunnen nemen.
Iedereen kan immers fotograferen, iedereen moet fotograferen, het kiekje is van iedereen.

Michel Lafaille
februari 2004

$nbsp;