De lijn
In
de menselijke wereld heeft de lijn een probleem. De lijn
wordt niet gewaardeerd. Niemand trekt zomaar een lijn
uit zichzelf. Een lijn heeft altijd functie, wordt geboren
uit noodzaak.
Men zet bomen in een lijn: dat is goed voor het verkeer. Men geeft de sloot
een rechte lijn: dat is goed voor het water. Men ontwerpt vijvers met rechte
lijnen: vindt de opdrachtgever leuk.
Maar een lijn, die alleen maar wordt getekend, ontworpen of gemaakt om de lijn
zelf? Die is niet meer te vinden. Ook de gebogen lijn krijgt geen appreciatie
meer. Te romantisch. De spiraal: te ingewikkeld.
Niettemin
bestaat de lijn nog wel degelijk. De oerlijn blijft natuurlijk
de horizon, waar water en hemel elkaar raken. De moeder
aller lijnen. Of waar, zoals in de Japanse prenten, de
berg en de hemel elkaar ontmoeten. De wind trekt lijnen
in de wolken. De vogels trekken lijnen in de lucht. Dat
zijn de onzichtbare lijnen. De indianen konden daar uren
over vertellen. Dan zijn er de lijnen die door de tijd
worden getrokken. Zij zijn onuitwisbaar. Verder de lijnen
in de rotsformaties, opgestuwd in de tijd. De lijnen
van het water in de bergen. Het lijnenspel in het water.
De lijnen van het licht. Van de regenboog tot de zonnestralen.
Daar zijn gedichten over gemaakt, grote poëzie over
geschreven. Hebben we geen tijd meer voor een lijn? Zien
we alleen nog maar punten, zoals we in de muziek alleen
nog maar de beat horen?
De lijn bestaat nochtans uit punten. In elk geval uit een beginpunt en een
eindpunt. Denk maar aan de lijn die wars door Parijs loopt. De kaarsrechte,
acht kilometer lange As, het symbool van Frankrijks macht en grootheid. De
twee 'Grands Projets' van president Mitterrand, de Pyramide du Louvre en de
Arche de la Défense, vormen het begin- en het eindpunt van deze as.
Veel
kunstenaars zijn geïnspireerd door de lijn. Keith
Haring spreekt over een ervaring die hij had naar aanleiding
van het werk Running Fence van Christo (o.a.
bekend van het inpakken van de Pont Neuf te Parijs en
de Reichstag te Berlijn). De Running Fence was een doek
van 5,5 meter hoogte en 40 kilometer lengte die door
Californië slingerde (1972-76).
“In mijn laatste jaar Pittsburgh gebeurde nog iets
heel belangrijks en dat was een lezing van de kunstenaar Christo
die ik meemaakte. Na de lezing vertoonde hij een film over een
van zijn werken, Running Fence. Ik was diep ontroerd. Het was
de vervulling van alle filosofische en theoretische ideeën
die ik had over kunst in het openbaar en bij grote gebeurtenissen.
Ik bedoel: als je zag hoe die mensen, die boeren, die zich tegen
het project van Christo verzet hadden, 's morgens vroeg opstonden
om de zonsopgang weerspiegeld te zien in die Running Fence, en
daar stonden en zeiden dat dit het mooiste was dat ze ooit hadden
gezien! Ik bedoel, de totale ommekeer in die mensen, die toch
boeren waren! Als je zag hoe ontroerd en aangesproken en geïnspireerd
ze waren door dat kunstwerk! Al was het nog zo eigentijds en
al was het nog zo vreemd aan alles wat ze kenden, die geforceerde
ingreep door een kunstenaar had hen de dingen heel anders leren
zien.”
Mondriaan
was er heilig van overtuigd dat de mensheid tot hoger
inzicht zou kunnen komen door het zien van zijn abstracte
schilderijen, waarin lijn en kleur, tot in het extreme
gereduceerd, de enige betekenisdragers waren: 'Op
deze wijze is de kunst dan waarlijk religieus'.
In zijn evolutie-ideeën werden lijn en kleur, teruggebracht
tot het essentiële contrast tussen horizontaal en
verticaal en tussen de drie primaire kleuren, verondersteld
de eenheid uit te drukken die de eindbestemming van alle
wezens was, de eenheid die op harmonische wijze alle
tegenstellingen tussen man en vrouw, tussen statisch
en dynamisch, tussen geest en materie zou oplossen.
In 1914 schrijft Mondriaan in zijn schetsboekje: “Daar het mannelijke
principe wordt voorgesteld door de verticale lijn, zal een man dit element
gemakkelijk in een bos herkennen. Hij zal het hieraan complementaire bijvoorbeeld
zien in de horizontale lijn van de zee. Een vrouw zal zichzelf herkennen in
de horizontale lijnen van de zee en het aan haar complementaire in de verticale
lijnen van het bos, welke laatste het mannelijke element vertegenwoordigen.
Aldus wordt elke sekse op zijn eigen manier beïnvloed.”
Mondriaan bleef zijn hele leven in gevecht met de lijn. In 1943 schreef hij
in een brief: “U weet dat de bedoeling van het Kubisme was –in
ieder geval in het begin– om volume uit te drukken. De driedimensionale
(natuurlijke) ruimte bleef dus gehandhaafd. Dit was tegen mijn opvatting van
abstractie, die inhoudt dat deze ruimte juist vernietigd moet worden. Dientengevolge
kwam ik ertoe volume te vernietigen door het vlak te gebruiken. Toen was het
probleem om ook het vlak te vernietigen. Dit deed ik door middel van lijnen
die de vlakken doorsnijden. Maar nog steeds bleef het vlak teveel intact. Zo
kwam ik ertoe om alleen lijnen te maken en ik bracht daar de kleur in. Nu is
het enige probleem om ook deze lijnen te vernietigen door wederzijdse oppositie.”
In zijn laatste (onvoltooide) schilderij ‘Victory Boogie Woogie’ uit
1944 wordt de lijn door de kleur nog wel gesuggereerd, maar zijn alle referenties
naar de realiteit verdwenen.
Michel Lafaille
juni 2003 |