50 Ways
to meet Madrid
Madrid
is gebouwd op zand. Driekommazeven miljoen mensen op
een hoogvlakte. De hoogstgelegen hoofdstad van Europa.
Dat geeft die wonderlijke lucht en verklaart waarom het
er ’s zomers zo warm kan zijn en ’s winters
zo koud. Een oud gezegde luidt: tot de 40ste mei moet
je in Madrid steeds je jas bij je hebben.
De Romeinen kenden Madrid niet. Het was nog een onbetekenend dorp in die tijd.
In de loop der eeuwen is zij uitgegroeid tot een wereldstad. Met de grandeur
die hoort bij alle militaire hoofdkwartieren zoals Berlijn of Parijs. Het leger
diende immers onmiddellijk te kunnen uitrukken. Reden voor die grote boulevards,
een plattegrond als een spinnenweb met verbindingswegen naar het hele achterland
van Spanje. Alle treinen rijden naar Madrid.
Als Parijs een Grand Old Lady is, is Madrid eerder een volwassen rijpe vrouw.
Steeds volop in beweging en energiek. Met een talent zich aan te passen aan
het heden en alle nieuwigheden in zich op te nemen.
Madrid
moet men niet in één keer aanpakken. Zoiets
kan men doen met Barcelona. Daar beweegt alles zich meer
in één niveau. Daar ligt alles voor iedereen
op te rapen. Daar is vormgeving, cultuur of de aanwezigheid
van de kunsten verweven in het hedendaagse levenspatroon.
Barcelona dankt haar tegenwoordige existentie aan de
vormgevers en de kunstenaars. Madrid daarentegen dient
men langzaam in zich op te nemen. Madrid moet zich openbaren
en dat vraagt even tijd. Zoals een striptease. Laag voor
laag. Kies uw eigen perspectief en Madrid zal zich aan
u blootgeven in al haar graduaties en nuances.
Het
duizelingwekkende valt onmiddellijk op. Drukte, lawaai,
mensen, beweging. De stad komt van alle kanten op je
af. In het centrum is weinig hoogbouw waardoor zich op
de daken een extra wereld kan vertonen. De al indrukwekkende
gebouwen krijgen zo een nog imposantere verschijningsvorm.
Het is alsof er een tweede laag is van de stad. Daarboven
is het rijk van de heroïek, de goden, de bovenmenselijke
beesten. Leeuwen op een bankgebouw, bronzen paarden die
strijdkarren trekken, torens met gietijzeren versiersels.
Maar het mooie is dat die imposante en respectabele panden en percelen zich
op alle hoeken openen. Geen gesloten harde punten maar ramen, deuren, ingangen
en poorten. Dat geeft een prachtig stedenbouwkundig ritme. Daardoor vergroot
iedere dode straathoek zich tot een levend minipleintje.
Pleinen
zijn een onlosmakelijk deel van Madrid. De meeste zijn
groots en opgenomen in het stedenbouwkundige weefsel.
Daar worden niet alleen de fonteinen ter eer en glorie
gebruikt, maar ook het gras. Gras is exclusief in Spanje
en vereist vanwege de droogte aardig wat onderhoud. Madrid
is er trots op. Deze immense ruimtes gaan dikwijls over
in espalades, waar het heerlijk is om te wandelen in
de schaduw van de bomen. Op zwerftocht door de stad komt
men onverwachts de echte pleinen tegen. Ook die zijn
open van karakter. Het beroemdste voorbeeld is het Plaza
Mayor in de oude stad, met zijn tientallen terrassen,
omgegeven door arcades met vooral authentieke winkeltjes.
De meeste pleinen worden in bezit genomen door de jeugd,
op oefening, om ooit bij Real te zullen komen. Slechts
in een aparte hoek worden wat bomen geplaatst, wat bankjes
of een speelplekje erbij.
De
bomen van Madrid zijn een apart verhaal. Naar een grote
diversiteit dient u niet op zoek te gaan. Maar wat een
variatie in het gebruik van de soort. De meeste zijn
vanzelfsprekend platanen. De ene keer groots en wijd
vertakt, de andere keer frêle omhoogschietend en
het licht filterend, dan weer geknot op een subtiele
wijze waardoor een grillig takkenspel ontstaat. Opvallend
is dat in de drukke winkelstraten waar de panden al zoveel
zeggingskracht hebben, dikwijls wintergroene struiken
op stam worden gebruikt, alsof alleen de gebouwen boven
de menselijke maat mogen uitstijgen. In de oude patriciërstraten
staan de iepen. Het contrast met al die zandstenen geeft
de bomen een fragiele tederheid. Ze staan er echt het
licht te vangen.
En dan komen op de bijzondere plekken de groenblijvende Magnolia’s. In
massa’s, in volumes, in muren. Golvende zeeën die het zonlicht gevangen
houden. Geen idee hoe het zal zijn als ze zullen bloeien, maar dat moet van
een stilmakende schoonheid getuigen.
Madrid
zou geen wereldstad zijn als ze niet over de grote Kunst
zou beschikken. Wat dat betreft kunt u maar beter een
paar dagen bijboeken. Het Prado (wat weide betekend)
is alleen al wereldberoemd. De oude Hollandse meesters,
de befaamde Spaanse klassiekers. Pal ernaast vindt u
het Thyssen Museum, waar ongeveer 800 grootheden hangen
die geschonken zijn door baron Thyssen aan het Spaanse
volk. Iets verderop het Museo Reina Sofia met de moderne
Spaanse meesters zoals Dali, Miro, Gris, Picasso. Daar
ook de originele Guernica van Picasso, zijn aanklacht
tegen het oorlogsgeweld. Het belangrijkste anti-oorlogsbeeld
ter wereld is in 1937 geschilderd door Pablo Picasso:
na het Duitse bombardement op het Spaans Baskische stadje
Guernica (het eerste bommentapijt, later herhaald in
Vietnam). John Berger schreef over de Guernica: ‘Guernica
is een schilderij over het lijden volgens Picasso.’ Dat
wil zeggen: de afbeelding van het idee van lijden, niet
de expressie van een emotie. Het schilderij (zonder kleur)
is 7,62 meter lang en 3,35 meter hoog. Daar bent u waarschijnlijk
voor het eerst van uw leven echt stil. Daar kunnen zelfs
de bloeiende Magnolia’s niet tegenop.
Honderd
meter verder ligt het station. Als u met de trein was
aangekomen had u dit verhaal niet moeten lezen want dan
was u al verliefd op Madrid. Onder de oude gebogen staalconstructie
rijzen de palmen in alle maten en vormen omhoog. Dat
is pas een welkom. Hier kun je koffie drinken.
Terug buiten is het goed om weer even tot uzelf te komen. Het Parc Retiro (retirer
= terugtrekken) is een goed antwoord. Met u kwamen nog een paar duizend Madrilenen
op die gedachte, maar wees gerust, die ziet u nauwelijks. Hier lijkt het New
Yorkse Central Park op een dorpspleintje. Of u een boswandeling onder de Pinussen
wilt maken, romantisch wilt verpozen bij een van de vijvers of rondstruinen
door de rozentuin: het is er. Ondanks zijn formaat (3,5 x 3,5 kilometer) heeft
het park overal intimiteit en herkenbare nostalgie. Speciaal aanbevolen is
het achthoekige stukje tuin, ontworpen door de Parijse architect Robert de
Cotte in 1714, als een parterre de broderie in Franse barokstijl. Wordt vervolgd.
Michel Lafaille
april 2003 |