Enkele teksten:
 Una giornata particolare a Lago di Como (Aprile 2005)
 La couleur n' existe pas... (Décembre 2004)
 Die Trägheit Mallorcas (August 2004)
 The quest for beauty (December 2003)

 

Daar is zij dan, de openbare ruimte (september 2006)
De groene reuzen van Brussel (maart 2006)
Drie musea van Frank O. Gehry (dec 2005)
Het geheim van het bosje (mei 2005)
Una giornata particolare a Lago di Como (april 2005)
A van Antwerpen (mei 2004)
De Wirtz familie (mei 2004)
Stad van Trouvailles (mei 2004)
De onschuld van de rivier (mei 2004)
De romantiek overleeft (mei 2004)
De Waal (april 2004)
Santhagens in Amsterdam: Pictures at an Exhibition (maart 2004)
Het dogma van het perspectief (maart 2004)
Henk van Os - Het Russische Landschap (maart 2004)
De straat (maart 2004)
De kunst van het reizen (februari 2004)
Parc Georges Brassens (februari 2004)
Leren van het kiekje (februari 2004)
Het sprookje (februari 2004)
De zitplek (februari 2004)
B van Barcelona (februari 2004)
De tederheid: New York (januari 2004)
Tijd & Ruimte: Het Loo (december 2003)
De queeste voor schoonheid (december 2003)
De andere kant van het meer (juni 2003)
De lijn (juni 2003)
Lodewijk Baljon (mei 2003)
Starck in Parijs... een knock-out (april 2003)
De muur (april 2003)
50 Ways to meet Madrid (april 2003)
Nils Udo (maart 2003)
Over beleven (maart 2003)
De trap (februari 2003)

Nils Udo : Efemere Celebraties

De viering van het voorbijgaande

Efemeer betekent slechts één dag durend, slechts één keer gebeurend. Eendagsvliegjes zijn efemeriden. De beelden die u ziet zijn efemeer. Het zijn beelden van Nils Udo. Ze bestonden slechts even, ze zijn alweer verdwenen. Maar ze bejubelen tegelijk een oneindigheid. Veelal drukken zij een oneindige traagheid uit. Alsof ze de tijd die hun is gegeven willen rekken. Want de realiteit in de beelden is niet echt maar gemaakt. Gemaakt met een oneindig geduld en respect voor een nieuwe orde. Het geduld van Nils Udo, waarmee hij de beelden maakt. De orde van Nils Udo, waarmee hij een nieuwe wereld schept. Van Natuur naar Kunst terug naar Natuur. Van het gegevene naar het gemaakte naar het nieuwe gegevene. Er straalt een bijna bovennatuurlijke orde uit zijn werken. Men beschouwt en bespiegelt ze meer dan men ze bekijkt. Ze neigen naar iets religieus terwijl niets eraan magisch of godsdienstig is. Hélène Gugenheim spreekt van beelden die zich gedragen als het wonderbaarlijke omdat ze getuigen van een zekerheid, de mogelijkheid om ze te bezitten.
Het werk van Nils Udo wordt niet alleen geboren uit interventies van de kunstenaar in of op het landschap. Het is een dialoog; een uitwisseling. Het is noch de natuur in zichzelf, noch het gebaar van de inmenging op zichzelf. Het is de samenwerking; de interactie.
Het is de kracht van de duizenden frêle bloemetjes van het Vingerhoedskruid welke hij tot een slang verweeft over een kromgegroeide wilgentak. Het zijn de ontelbare rode bessen van de Sorbus die als een mobiel tapijt dienen voor de kruiperige klimop. Alleen het beeld al van een man die urenlang tot zijn knieën in het water staat of op een ladder met een oude zinken emmer lijsterbessen staat te plukken lijkt inspiratie genoeg.

Samuel Beckett schreef in Molloy “Het is de taak van objecten om de stilte te herstellen”. Shakespeare liet Hamlet zeggen “The rest is silence”. John Cage componeerde het stuk 4’33’’ dat uit vier minuten en drieëndertig seconden stilte bestaat. Het is deze ‘onschuldige’ stilte die ook is terug te vinden in het werk van Nils Udo. Het is een stilte waar we enkel en alleen onszelf nog horen.

Nils Udo begint als 19-jarige te reizen. Hij reist veel en komt in aanraking met andere culturen. Hij woont een jaar in Perzië. Op zijn 23ste vestigt hij zich als schilder in Parijs. In 1972, besluit hij te stoppen met schilderen. Hij is teruggekeerd in Beieren waar hij is geboren. “Ik wist niet meer hoe te schilderen, wat te schilderen of waarom te schilderen. Want schilderen had te maken met natuur in een artificiële vorm. Ik wou dichter naar de bron.” Vanaf dat moment begon hij plaatseigene werken te maken vanuit de natuur op locaties doorheen heel Europa. “Het is de locatie van mijn werk die mij inspireert. Ik begin nooit met een concept maar ik reageer op hetgeen mij raakt als ik ter plaatse kom”.
In zijn eigen artistiek statement: Towards Nature, omschrijft hij zijn werk zeer poëtisch: “Schetsen met bloemen, schilderen met wolken, schrijven met water. Speuren naar de meiwind, de loop van een gevallen blad. Werken voor een donderstorm. Wachten op een gletsjer. De wind vastbinden...”. Zijn beeld van de medemens is niet hoopvol: “Het is duidelijk dat natuur alleen in haar laatste toevluchtsoorden nog intact is, on-ontsnapbaar; het is alleen daar dat een kennismaking nog een realiteit is. Op elke dag van het jaar, in elk seizoen, in elk licht, in alle weer; in het Grootste en in het Kleinste. Maar dezer dagen zijn mensen niet meer geïnteresseerd in zoiets. Natuur is niet langer een onderwerp, behalve voor enkele Groenen, die meestal het verschil niet eens kennen tussen een lindeboom en een berk. Natuurlijk zijn er velen die beweren natuur lief te hebben. Zoals diegenen die vragen om vrede. Feit is echter dat zij de natuur lang geleden verloren zijn. Zij zien het niet meer, laat staan horen, ruiken, voelen of proeven. Als zij kijken, zien ze niet: zij hebben het prealabele lang geleden verruild voor een soort groter, expansiever en transitoir overzichtsbeeld.”
Daarom pleit hij voor de absolute puurheid. Ieder niet natuurlijk element wordt verbannen. Geen andere materialen dan die welke worden gevonden in de natuurlijke ruimte. De karakteristieken, de respectievelijke mogelijkheden voor een ontwikkelingsgang en het kenmerkende van de plaats zelf, spelen de hoofdrol in de determinatie van de schaal van het werk.
Planten zoeken, verzamelen, beheren en tentoonstellen: de overweldigende rijkdom en overvloed van natuurlijke fenomenen kan dikwijls alleen worden gerangschikt als kleine of meest minuscule fragmenten van hun natuurlijke structuren.
Ten tweede is er het element van de tijd. Door met planten te werken of ze te integreren in meer complexe installaties, wordt het werk letterlijk ingeplant in natuur en als een deel van natuur leeft het en gaat het op in de seizoenen.
“Al werk ik parallel met natuur en creëer ik mijn interventies met alle denkbare zorg en voorzichtigheid, schrijft Nils Udo, dan nog zullen zij altijd in fundamentele contradictie blijven met zichzelf. Op deze contradictie is al mijn werk gebaseerd. Maar zelfs dit kan één fundamentele verschrikking van ons bestaan niet vermijden. Het verwerpt waar het juist de aandacht op richt, wat het aanraakt: de maagdelijkheid van natuur”.

Michel Lafaille
maart 2003

$nbsp;