Enkele teksten:
 Una giornata particolare a Lago di Como (Aprile 2005)
 La couleur n' existe pas... (Décembre 2004)
 Die Trägheit Mallorcas (August 2004)
 The quest for beauty (December 2003)

 

Daar is zij dan, de openbare ruimte (september 2006)
De groene reuzen van Brussel (maart 2006)
Drie musea van Frank O. Gehry (dec 2005)
Het geheim van het bosje (mei 2005)
Una giornata particolare a Lago di Como (april 2005)
A van Antwerpen (mei 2004)
De Wirtz familie (mei 2004)
Stad van Trouvailles (mei 2004)
De onschuld van de rivier (mei 2004)
De romantiek overleeft (mei 2004)
De Waal (april 2004)
Santhagens in Amsterdam: Pictures at an Exhibition (maart 2004)
Het dogma van het perspectief (maart 2004)
Henk van Os - Het Russische Landschap (maart 2004)
De straat (maart 2004)
De kunst van het reizen (februari 2004)
Parc Georges Brassens (februari 2004)
Leren van het kiekje (februari 2004)
Het sprookje (februari 2004)
De zitplek (februari 2004)
B van Barcelona (februari 2004)
De tederheid: New York (januari 2004)
Tijd & Ruimte: Het Loo (december 2003)
De queeste voor schoonheid (december 2003)
De andere kant van het meer (juni 2003)
De lijn (juni 2003)
Lodewijk Baljon (mei 2003)
Starck in Parijs... een knock-out (april 2003)
De muur (april 2003)
50 Ways to meet Madrid (april 2003)
Nils Udo (maart 2003)
Over beleven (maart 2003)
De trap (februari 2003)

Parc Georges Brassens, Paris

It was twenty years ago today

Het was niet Sergeant Pepper die in 1984 de band zei te spelen, maar de toenmalige burgemeester Jacques Chirac van Parijs. Hij vroeg de drie tuin- en landschapsarchitecten Alexandre Ghiulamila, Jean-Michel Milliex en Daniel Collin niet in en uit een stijl te gaan, maar in de traditie van de plek te ontwerpen, zoals een gegarandeerde glimlach verwijzen kan naar een historie, een verhaal; en zonder de show te willen onderbreken willen we u vertellen, wat u volgens ons wilt weten, dus laat ons aan u voorstellen, dat ene en enige: park Georges Brassens.

Historie

Het 15de arrondissement van Parijs kent vele geheimen. Ontstaan in de 8ste eeuw als twee onafhankelijke dorpjes onder de naam Vaugirard en Grenelle, bleven deze contreien lange tijd onopgemerkt bestaan in een pastoraal landschap van wijnvelden, waar de cultuur van de beroemde Périchot druif de alleenheerschappij vormde. In de 15de eeuw telde men er slechts 350 bewoners. In Vaugirard woonden enkele christelijke gemeenschappen en in Grenelle de arbeiders. Allen waren landwerkers, ambachtslieden en wijntelers. Dit rurale karakter zou zich continueren tot de 19de eeuw maar de wijnteelt werd overgenomen door de groenteteelt. De vraag vanuit het zich in rasse schreden ontwikkelende Parijs tot grootstad moet enorm geweest zijn.
Dan slaat de industriële revolutie ook hier toe. Maar ondanks de Cail fabrieken, de nieuwe bruggen, de gasfabriek en de opkomst van de grote stedenbouw blijft het gebied zijn rustiek karakter bewaren. Echter, de moestuin van Parijs wordt een slachthuis. In het Frans klinkt het nog gruwelijker: les abbatoirs. Maar zie, ook het hospitaal Boucicaut, het fameuze Institut Pasteur, het Lycée Buffon en de beroemde brug Pont Mirabeau (173 meter) verschijnen. Zelfs de dichter Guillaume Apollinaire (1880 - 1918) wordt er door geïnspireerd.

Evenwicht

Deze vocatie die balanceert tussen landelijk en industrieel vertoon blijft de aard en inborst van het gebied: het 15de arrondissement is geboren. Vele kleine ondernemingen vestigen zich hier nu, het is 1907. Ze bieden langzaamaan een monotoon stenen landschap van doodse straten, dat met de vestiging van de Citroën fabrieken zijn hoogtepunt krijgt tussen de twee wereldoorlogen. De bevolkingsgroei van de stad explodeert, woonblokken verschijnen. Maar tegelijk komt de tweede karaktertrek van de streek weer boven, ditmaal geen landelijke maar een culturele. Veel toen beroemde architecten beginnen hier te bouwen. Twee moderne kerken verrijzen plus verschillende (nog bestaande) kwaliteitsgebouwen waarin de Art déco-stijl verschijnt. Het 15de kent zijn ‘jour de gloire’. Artiesten, kunstenaars, schilders vinden er hun territorium. Derain, Fernand Léger, Kisling, Max Jacob, Apollinaire, Marie Laurencin, Ossip Zadkine, Chagall... ze waren er allemaal thuis.
Daarna volgt een periode van afbraak en transformatie. De ondernemingen trekken weg, de fabrieken staan leeg. Tot de jaren 80 van vorige eeuw.

Politiek

Paris kwam onder de invloed van het voortstuwingseffect van president François Mitterand’s 15 miljardenproject, bekend als ‘Les Grands Projects’ waaronder de reconstructie van het Musée d'Orsay, de aanleg van het Parc de la Villette, het Institut du Monde Arabe, de Opéra Bastille en I.M. Pei's glaspiramide van het Louvre. Mitterand was socialist en burgemeester. Chirac was dat niet. Chirac ging in de tegenaanval, gedwongen om ook het 15de arrondissement weer nieuw leven in te blazen. Meesterlijk was het om twee parken te ontwikkelen die de stenen wijken weer een ruraler karakter zouden teruggeven: het Parc Citroën op het terrein van de oude fabriek en een tweede park op het terrein van de voormalige slachthuizen. Meesterlijk was het ook om van het ene een high tech park te maken en van het andere een echt volkspark. Meesterlijk was het nog meer om de naam van Frankrijks beroemdste componist, liedjeszanger en chansonnier aan het park te geven: Georges Brassens. Hij was immers de vader van alle zangers; poëtischer, échter, socialer, warmer, gewoner, intellectueler, geëngageerder. Barbara en Juliette Greco waren zijn dochters, Jacques Brel en Georges Moustaki zijn zonen, Charles Aznavour en Gilbert Becaud zijn vrienden. Georges Brassens (1921-1981) woonde sinds 1968 aan de Rue Santos-Dumont 42, in het 15e Arrondissement. Twee straten achter wat zijn park zou worden.

Een modern park

De drie architecten ontwierpen, met gebruikmaking van karakteristieke elementen van het voormalige abattoir, een park dat sinds de opening in 1985 als voorbeeld dient van hoe een hedendaags stadspark eruit moet zien. Open gedeelten doorsneden met brede paden, die zich slingeren door het park in de traditie van de Engelse landschapstuin. Monumentale trappen worden afgewisseld met wat intiemere 'tuinachtige' elementen. Reminiscenties van de oude vestingwerken weerspiegelen geschiedenis. Grote architecturale vormen geven het verdiepte landschap, met een verhoogde rivier een helder overzicht.

Vanuit de coulissen

Het park is het meest verrassend als men via de zij-ingang vanaf de Rue Brancion binnenkomt. De hoofdingang aan de Rue Morillons is weliswaar theatraler, met majestueuze stierenbeelden, maar via de zij-ingang ontdekt men het park zoals men vanuit de coulissen het toneel oploopt. Het hek opent zich op een rond plein waar een pergola blauweregen, kamperfoelie en clematis draagt. Via de brede paden en trappen daalt de weg af naar de centraal gelegen vijver. De vorm van deze vijver is het best te vergelijken met de vorm van een stukje legpuzzel. Vanuit deze waterpartij kronkelen de paden zich door het park en vormen de schakels in de overgangen van het open gedeelte bij de hoofdingang naar de heuvel met bosschages achter een hoge toren. Dit belfort was de toenmalige plaats van het abattoir waar de verkoop op afroep werd geëffectueerd en dient nu als visueel markant punt en tegelijk als uitkijktoren met een wijds zicht over de omgeving. De stenen wallen die als buffer dienen tegen het verzakken van de grond op de heuvel en als een escalade vorm gegeven, zijn gemaakt van de bestrating van het voormalige abattoirgebouw. In de oude paardenstallen vindt voor de literatuurliefhebbers en de echte verzamelaars elk weekend een antiquarische boekenbeurs plaats en natuurlijk is er elke zondag gratis muziek in een muziekkiosk...

Tuinen

Waar het park zelf al een aanzet tot uittreden uit het dagelijkse leven biedt, met zijn drie hectare gazon, zijn honderden coniferen en zijn bloeiende bomen, geven enkele delen van het park helemaal aanleiding om zich werkelijk terug te trekken. Als kleine oasen van natuurrepresentatie toveren een aantal tuinen aparte wereldjes met verschillende identiteiten, telkens vormgegeven door specifieke planten. Zo zijn er de oeverplanten, heideplanten, een rosarium en als meesterwerkje de tuin van de welriekende geuren (senteurs), aromatisch en medicinaal, speciaal aangelegd voor het sensibele genot van blinden die zich via de reuk kunnen vereenzelvigen met de botanische gratie. Hier zijn alle naambordjes bij de specifieke plant in brailleschrift. Als finishing touch is er de Pinot Noir, de druif waar het eens allemaal mee begon.

20 jaar later

We schrijven 2004. Parc Georges Brassens heeft bewezen een mooi hedendaags park te zijn, waarvan de buurt volop geniet. Een goed doordacht park welk een positief effect heeft op het stadsdeel; rondom het park zijn restaurants, winkels en cafés gekomen. Wat eens een hopeloos verpauperde buurt was, is nu weer een bruisende wijk. Het is een park voor en van de mensen van het 15de, onbekend voor de meeste toeristen. De show is niet stilgelegd, we hopen dat u hebt genoten en zult genieten bij een bezoek.

Michel Lafaille
februari 2004

$nbsp;