Parc Georges
Brassens, Paris
It was twenty years ago today
Het
was niet Sergeant Pepper die in 1984 de band zei te spelen,
maar de toenmalige burgemeester Jacques Chirac van Parijs.
Hij vroeg de drie tuin- en landschapsarchitecten Alexandre
Ghiulamila, Jean-Michel Milliex en Daniel Collin niet
in en uit een stijl te gaan, maar in de traditie van
de plek te ontwerpen, zoals een gegarandeerde glimlach
verwijzen kan naar een historie, een verhaal; en zonder
de show te willen onderbreken willen we u vertellen,
wat u volgens ons wilt weten, dus laat ons aan u voorstellen,
dat ene en enige: park Georges Brassens.
Historie
Het
15de arrondissement van Parijs kent vele geheimen. Ontstaan
in de 8ste eeuw als twee onafhankelijke dorpjes onder
de naam Vaugirard en Grenelle, bleven deze contreien
lange tijd onopgemerkt bestaan in een pastoraal landschap
van wijnvelden, waar de cultuur van de beroemde Périchot
druif de alleenheerschappij vormde. In de 15de eeuw telde
men er slechts 350 bewoners. In Vaugirard woonden enkele
christelijke gemeenschappen en in Grenelle de arbeiders.
Allen waren landwerkers, ambachtslieden en wijntelers.
Dit rurale karakter zou zich continueren tot de 19de
eeuw maar de wijnteelt werd overgenomen door de groenteteelt.
De vraag vanuit het zich in rasse schreden ontwikkelende
Parijs tot grootstad moet enorm geweest zijn.
Dan slaat de industriële revolutie ook hier toe. Maar ondanks de Cail
fabrieken, de nieuwe bruggen, de gasfabriek en de opkomst van de grote stedenbouw
blijft het gebied zijn rustiek karakter bewaren. Echter, de moestuin van Parijs
wordt een slachthuis. In het Frans klinkt het nog gruwelijker: les abbatoirs.
Maar zie, ook het hospitaal Boucicaut, het fameuze Institut Pasteur, het Lycée
Buffon en de beroemde brug Pont Mirabeau (173 meter) verschijnen. Zelfs de
dichter Guillaume Apollinaire (1880 - 1918) wordt er door geïnspireerd.
Evenwicht
Deze
vocatie die balanceert tussen landelijk en industrieel
vertoon blijft de aard en inborst van het gebied: het
15de arrondissement is geboren. Vele kleine ondernemingen
vestigen zich hier nu, het is 1907. Ze bieden langzaamaan
een monotoon stenen landschap van doodse straten, dat
met de vestiging van de Citroën fabrieken zijn hoogtepunt
krijgt tussen de twee wereldoorlogen. De bevolkingsgroei
van de stad explodeert, woonblokken verschijnen. Maar
tegelijk komt de tweede karaktertrek van de streek weer
boven, ditmaal geen landelijke maar een culturele. Veel
toen beroemde architecten beginnen hier te bouwen. Twee
moderne kerken verrijzen plus verschillende (nog bestaande)
kwaliteitsgebouwen waarin de Art déco-stijl verschijnt.
Het 15de kent zijn ‘jour de gloire’. Artiesten,
kunstenaars, schilders vinden er hun territorium. Derain,
Fernand Léger, Kisling, Max Jacob, Apollinaire,
Marie Laurencin, Ossip Zadkine, Chagall... ze waren er
allemaal thuis.
Daarna volgt een periode van afbraak en transformatie. De ondernemingen trekken
weg, de fabrieken staan leeg. Tot de jaren 80 van vorige eeuw.
Politiek
Paris
kwam onder de invloed van het voortstuwingseffect van
president François Mitterand’s 15 miljardenproject,
bekend als ‘Les Grands Projects’ waaronder
de reconstructie van het Musée d'Orsay, de aanleg
van het Parc de la Villette, het Institut du Monde Arabe,
de Opéra Bastille en I.M. Pei's glaspiramide van
het Louvre. Mitterand was socialist en burgemeester.
Chirac was dat niet. Chirac ging in de tegenaanval, gedwongen
om ook het 15de arrondissement weer nieuw leven in te
blazen. Meesterlijk was het om twee parken te ontwikkelen
die de stenen wijken weer een ruraler karakter zouden
teruggeven: het Parc Citroën op het terrein van
de oude fabriek en een tweede park op het terrein van
de voormalige slachthuizen. Meesterlijk was het ook om
van het ene een high tech park te maken en van het andere
een echt volkspark. Meesterlijk was het nog meer om de
naam van Frankrijks beroemdste componist, liedjeszanger
en chansonnier aan het park te geven: Georges Brassens.
Hij was immers de vader van alle zangers; poëtischer, échter,
socialer, warmer, gewoner, intellectueler, geëngageerder.
Barbara en Juliette Greco waren zijn dochters, Jacques
Brel en Georges Moustaki zijn zonen, Charles Aznavour
en Gilbert Becaud zijn vrienden. Georges Brassens (1921-1981)
woonde sinds 1968 aan de Rue Santos-Dumont 42, in het
15e Arrondissement. Twee straten achter wat zijn park
zou worden.
Een modern park
De
drie architecten ontwierpen, met gebruikmaking van karakteristieke
elementen van het voormalige abattoir, een park dat sinds
de opening in 1985 als voorbeeld dient van hoe een hedendaags
stadspark eruit moet zien. Open gedeelten doorsneden
met brede paden, die zich slingeren door het park in
de traditie van de Engelse landschapstuin. Monumentale
trappen worden afgewisseld met wat intiemere 'tuinachtige'
elementen. Reminiscenties van de oude vestingwerken weerspiegelen
geschiedenis. Grote architecturale vormen geven het verdiepte
landschap, met een verhoogde rivier een helder overzicht.
Vanuit de coulissen
Het
park is het meest verrassend als men via de zij-ingang
vanaf de Rue Brancion binnenkomt. De hoofdingang aan
de Rue Morillons is weliswaar theatraler, met majestueuze
stierenbeelden, maar via de zij-ingang ontdekt men het
park zoals men vanuit de coulissen het toneel oploopt.
Het hek opent zich op een rond plein waar een pergola
blauweregen, kamperfoelie en clematis draagt. Via de
brede paden en trappen daalt de weg af naar de centraal
gelegen vijver. De vorm van deze vijver is het best te
vergelijken met de vorm van een stukje legpuzzel. Vanuit
deze waterpartij kronkelen de paden zich door het park
en vormen de schakels in de overgangen van het open gedeelte
bij de hoofdingang naar de heuvel met bosschages achter
een hoge toren. Dit belfort was de toenmalige plaats
van het abattoir waar de verkoop op afroep werd geëffectueerd
en dient nu als visueel markant punt en tegelijk als
uitkijktoren met een wijds zicht over de omgeving. De
stenen wallen die als buffer dienen tegen het verzakken
van de grond op de heuvel en als een escalade vorm gegeven,
zijn gemaakt van de bestrating van het voormalige abattoirgebouw.
In de oude paardenstallen vindt voor de literatuurliefhebbers
en de echte verzamelaars elk weekend een antiquarische
boekenbeurs plaats en natuurlijk is er elke zondag gratis
muziek in een muziekkiosk...
Tuinen
Waar
het park zelf al een aanzet tot uittreden uit het dagelijkse
leven biedt, met zijn drie hectare gazon, zijn honderden
coniferen en zijn bloeiende bomen, geven enkele delen
van het park helemaal aanleiding om zich werkelijk terug
te trekken. Als kleine oasen van natuurrepresentatie
toveren een aantal tuinen aparte wereldjes met verschillende
identiteiten, telkens vormgegeven door specifieke planten.
Zo zijn er de oeverplanten, heideplanten, een rosarium
en als meesterwerkje de tuin van de welriekende geuren
(senteurs), aromatisch en medicinaal, speciaal aangelegd
voor het sensibele genot van blinden die zich via de
reuk kunnen vereenzelvigen met de botanische gratie.
Hier zijn alle naambordjes bij de specifieke plant in
brailleschrift. Als finishing touch is er de Pinot Noir,
de druif waar het eens allemaal mee begon.
20 jaar later
We
schrijven 2004. Parc Georges Brassens heeft bewezen een
mooi hedendaags park te zijn, waarvan de buurt volop
geniet. Een goed doordacht park welk een positief effect
heeft op het stadsdeel; rondom het park zijn restaurants,
winkels en cafés gekomen. Wat eens een hopeloos
verpauperde buurt was, is nu weer een bruisende wijk.
Het is een park voor en van de mensen van het 15de, onbekend
voor de meeste toeristen. De show is niet stilgelegd,
we hopen dat u hebt genoten en zult genieten bij een
bezoek.
Michel Lafaille
februari 2004 |