De kunst
van het reizen
Over verwachting en het vinden van schoonheid
Ze
zijn er weer, de kleurige reisbrochures die uitnodigen
om in de zomermaanden ons geld in het buitenland te verteren
en ons confronteren met de onmogelijke taak welk bestemmingsoord
dan ook uit te kiezen. Kiezen we voor de rust van de
vakantie? De pret van de vakantie? De vakantie als culturele
injectie? Een stedenreis langs het oude Europa dat wij
eigenlijk niet genoeg kennen om ons een goed beeld over
het nieuwe Europa te vormen? Een chalet in de Zwitserse
Alpen met dagelijks lange wandelingen? Een zeehotel aan
de Mediterrané? Of een camping met disco voor
de kinderen.
Keus baart angst, zegt het spreekwoord en eigenlijk willen we van alles een
beetje. Ontbijt met uitzicht over het dal, een ochtendwandeling door de oude
stadskern met het juiste kerkje, lunch onder de platanen gevolgd door een bezoek
aan een zeer modern museum met een tentoonstelling van pas ontdekte Andy Warhols
(catalogus mee voor straks tijdens de siësta) om dan tegen het heetst
van de namiddag een frisse duik te nemen in de Middellandse zee, na eerst een
snelle pastis te hebben genuttigd; om vervolgens af te zakken naar een dorpskroeg
voor het aperitief met een goed gesprek (toevallig is er ook een universiteitsprofessor,
een theoloog en de directeur van Philips aanwezig) wat onherroepelijk zal leiden
tot een zwoele avond die verheerlijkt wordt door een exquis diner (was dat
nou 1 of 2 sterren?) en een salsa dansavond. Over het vervolg van de avond
schreef Shakespeare: The rest was silence. Maar ja, de kinderen zijn
mee, je kunt niet tegen de zon, je spreekt geen Italiaans en de creditcard
heeft een limiet.
Alain de Botton
Reizen
is een kunst, men moet het reizen tot zich kunnen nemen.
Er gaan tegenwoordig meer mensen op reis dan ooit. Maar
het is zeer de vraag of zij wel weten hoe ze moeten reizen.
Wat gebeurt er als je uit je dagelijkse werkelijkheid
in een totaal andere wereld wordt gezet? Wat als de verveling
toeslaat? Als je liever in bed blijft dan naar de door
de reisgids aanbevolen monumenten te gaan kijken?
De Engels-Zwitserse filosoof Alain de Botton (1969) schreef er een boek over: ‘De
kunst van het reizen’. Kun je leren genieten op reis? Kun je leren
beter naar een landschap te kijken? Deze en tientallen andere vragen beantwoordt
De Botton, met hulp van gidsen als Flaubert, Ruskin, Humboldt en Van Gogh.
Toegegeven, hij populariseert de filosofie wel heel erg. Hij is een soort Naked
Chef van de filosofiewereld en weet via de thema’s van zijn boeken (en
televisieserie) een zeer groot publiek te bereiken. ‘De troost van
de filosofie’, ‘Hoe Proust je leven kan veranderen’ of
zijn laatste boek ‘Statusangst’ zijn allemaal schijnbaar
praktisch ingestelde boeken die je een oplossing beloven na lezing. Niets is
natuurlijk minder waar, maar De Botton laat ons op een speelse en onderhoudende
manier toch wel heel erg nadenken over waarom we bepaalde zaken doen, willen
doen of ervan verwachten áls we ze doen.
Verwachtingen
In ‘De
kunst van het reizen’ vangt De Botton aan
met een hoofdstuk over verwachtingen. Als er een aspect
is dat gepaard gaat met reizen dan is dat inderdaad
onze verwachtingen. Maar hoe verhoud zich hetgeen we
van een reis verwachten tot de werkelijkheid? Hebben
we niet meestal verkeerde of te grote vooruitzichten
gekoppeld aan de droom waar we ons instorten tijdens
de vakantie, de studiereis of de onverwachte dienstreis
in het buitenland.
Meestal vangt de reis aan met enkele foto’s uit bovengenoemde reisfolders.
De Botton beschrijft feilloos hoe in onze verbeelding deze enkele stilstaande
beelden uitgroeien tot een perceptie van hoop. Echter, de uren in de auto of
vliegtuig, de verkeerde maaltijd, de verloren handtas, de vergeten zonnebril,
ze worden allemaal niet meegenomen in onze voorstelling van het paradijs dat
we gaan bezoeken.
Het idyllische palmstrand blijkt bij betreding, de dag na aankomst, door nog
enkele honderden mensen te zijn opgemerkt in de reisfolder; de Sagrada Familia
van Gaudi bleek mooier op de foto, de Dom van Milaan staat in de steigers of
het pittoreske haventje van Portofino is afgezet voor filmopnamen waardoor
u er niet bij kunt.
Zo kan een reisboek ons vertellen dat de verteller een middag heeft gereisd
om de in de heuvels gelegen stad X te bereiken, waar hij in het middeleeuwse
klooster overnachtte en de volgende morgen getuige was van een nevelige zonsopgang.
Maar we kunnen nooit zo maar een middag reizen. We zitten in een trein. Ons
middagmaal wil niet goed verteren. De stoelbekleding is vies. Onrustige gedachten
malen door ons hoofd. Het begint te regenen. Op kantoor wordt morgen die grote
offerte gemaakt. We zien een koffer in het rek boven de stoelen tegenover ons.
Een druppel zoekt zich een weg langs het raam. Waar hebben we het kaartje gelaten?
We kijken naar buiten. Het blijft regenen. Eindelijk zet de trein zich in beweging.
Er zit een vlieg op het raam. De trein passeert een ijzeren brug, waarna hij
om onverklaarbare redenen stopt. En nog zijn we maar in de eerste minuut van
een werkelijk allesomvattend verslag van de gebeurtenissen die door de bedrieglijke
zin ‘hij heeft een middag gereisd’ worden samengevat.
Maar geeft u toe, van een gids waarin u een dergelijke overdaad aan details
zou lezen, zou u binnen de kortste keren gek worden. Helaas blijkt het leven
zelf dikwijls zo’n verhalenverteller. En dat verklaart de vreemde omstandigheid
dat we betekenisvolle zaken soms gemakkelijker bij voorbaat en via de kunst
beleven dan in werkelijkheid. De kunst kan het leven een intensiteit en een
samenhang geven die het in de afleidende onoverzichtelijkheid van het moment
zelf ontbeert.
Schoonheid
Het
reisboek vermeldt:
De
neoclassicistische façade van de Iglesia de
San Francisco el Grande is van de hand van Sabatini
maar de kerk zelf, een cirkelvormig gebouw met zes
zijkapellen en een grote koepel met een doorsnede van
33 meter is ontworpen door Franciso Cabezas.
Wat moeten wij met deze informatie. Is het van belang te weten dat de noordzijde
van het Plaza Mayor in Madrid 101 meter en 52 centimeter lang is of aangelegd
in 1619 door Juan Gómez de Mora of dat het ruiterstandbeeld van Filips
III 5 meter 43 centimeter hoog is? Kunt u met deze informatie vervolgens het
Museo de Arte Reina Sofia binnenstappen om voor het eerst naar de originele
Guernica van Picasso te kijken? Door te reizen wordt onze nieuwsgierigheid
vervormd volgens oppervlakkige geografische logica. Van ons wordt verlangd
om in de ene straat interesse te hebben in gotische architectuur en in de volgende
opeens voor Etruskische archeologie.
Maar als we het woord schoonheid gebruiken, bedoelen we soms gewoon dat een
plek ons bevalt. Hoeveel van die plekken zijn er wel niet, de achterkanten,
de stukjes niemandsland, de onverwachte ontdekkingen. Op elke reis, in elke
stad komen we ze tegen. De plekken waar we zouden willen blijven, waaraan we
ons vast willen klampen (De Botton geeft een doodgewone straat in Amsterdam
als voorbeeld); om het te kunnen bezitten en er een zeker gewicht aan te geven
in ons leven: ‘Ik was hier, ik zag het en het was belangrijk voor mij.’
Maar schoonheid is ongrijpbaar en doet zich vaak voor op plekken waar we wellicht
nooit meer naar terugkeren, of is anders een zeldzaam samenspel van jaargetijde,
licht en weer. Hoe kun je het bezitten? Door onze naam te kerven in het graniet,
een souvenir te kopen of een foto te maken (zie ook het artikel Leren
van het kiekje).
De Botton roept hier John Ruskin (1819-1900) om assistentie, die vond dat elk
mens als kunstenaar wordt geboren, zoals een nijlpaard als nijlpaard wordt
geboren: je kunt het niet worden. Door het tekenen leren we zien, was zijn
stelling: waarnemen in plaats van kijken. Wanneer we eigenhandig bezig zijn
iets wat we voor ons zien te reconstrueren, lijken we als vanzelf een situatie
waarin we schoonheid op terloopse wijze aanschouwen te verruilen voor een waarin
we een wezenlijk begrip ontwikkelen voor alle elementen waaruit die schoonheid
bestaat, zodat we er bestendiger herinneringen aan overhouden.
Dit kan fotografie niet bewerkstelligen. Het werkelijk in bezit nemen van een
tafereel vergt een bewuste poging elementen ervan op te merken en te begrijpen
hoe ze met elkaar samenhangen. We hoeven onze ogen maar te openen om schoonheid
te kunnen zien, maar hoe lang die schoonheid in de herinnering blijft voortleven,
hangt af van de mate van bewustzijn waarmee we getracht hebben haar te bevatten.
Gewoonte
De
Botton eindigt zijn boek even sterk als het begint: ‘Toen
ik van Barbados terugkeerde naar Londen, ontdekte ik
dat de stad koppig had geweigerd te veranderen’,
een gevoel dat we allemaal herkennen als we thuiskomen.
Hij beschrijft in het laatste hoofdstuk zijn terugval in alle dagelijkse gewoonten
en besluit een ontdekkingstocht door de eigen woonplaats te maken, waar hij
vaststelt dat door alles als potentieel bezienswaardig te beschouwen, objecten
verborgen gebleven lagen bloot geven. Een saaie rij winkels krijgt een architecturale
identiteit, in het plaatselijk restaurant ziet hij gasten zitten in plaats
van gedaanten. Hij maakt een schets van de etalage van de ijzerhandel.
‘Er is slechts één
oorzaak van al het leed dat de mens overkomt: hij is
niet in staat rustig in een kamer te blijven.’
-Pascal, Pensées, 126
Alain de Botton, De Kunst van het reizen, Atlas Antwerpen
2002, ISBN 9045006561
Michel Lafaille
februari 2004
|