De onschuld
van de rivier
Nog
maar nauwelijks twintig jaar geleden hadden de havensteden
in Europa en Noord Amerika het moeilijk. Een overschot
aan ongebruikte, verouderde haventerreinen drukte als
een last op de schouders van stadsbesturen, planologen
en stedenbouwkundigen. Zo begint Han Meyer zijn prachtige
boek 'De stad en de haven' (Uitgeverij Jan van Arkel,
1996). Internationale havens verlegden hun actieradius
naar de zee, vanwege de grote tankers; de Middellandse
Zeehavens krimpten volledig in. Barcelona, Genua en andere
investeerden in stedenbouwkundige vernieuwingen en openden
de stad weer naar de zee.
New York, Londen en Rotterdam bouwden hun oude 19de eeuwse haventerreinen om
tot nieuwe juppen-oorden met musea en theaters als trekpleisters en culturele
aanjagers voor een nieuw en dynamisch stadsleven.
Eigen kracht
Zo
niet Antwerpen. Ook hier verplaatste de haven zich en
daarvoor werd zelfs de grootste sluis ter wereld gebouwd
(Berendrechtsluis). De stad staat nog steeds te boek
als tweede grootste haven ter wereld. Maar in de oude
haven veranderde niet veel. De wedstrijd ‘Antwerpen
Ontworpen’ werd uitgeschreven en leverde grootste
plannen op. Maar geen bouwactiviteit. Gelukkig veranderde
de wijk Het Zuid (praktisch gelegen aan de Scheldekaaien)
als bij toverslag uit eigen kracht. Het Zuid bevat een
aantal interessante musea, art nouveau gebouwen en classicistische
monumenten zoals het Zuiderpershuis. De wijk geldt als
het paradepaardje van de stad Antwerpen. De betere kunstgalerijen,
modehuizen en trendy restaurants: dat is het nieuwe Zuid.
De veelal jonge buurtbewoners nemen hun intrek in de
prachtig verbouwde pakhuizen. Jong en nieuw geld dus.
Binnenkort beginnen de eerste stappen voor de revitalisatie van de wijk Het
Eilandje, gelegen aan de noordelijke stadskant van de Schelde. Prestigeprojecten
staan daar op stapel onder leiding van de huidige stadsbouwmeester René Daniëls.
Oude dame
En
zo gebeurde het dat men de Schelde met haar uitgebreide
kaaien al die jaren met rust liet, op enkele kleine particuliere
initiatieven na. De rivier bleef hier in Antwerpen als
een oude dame in een majestueuze bocht naar zee stromen.
Het wonderbaarlijke van deze oude dame is dat ze geen
bruggen kent. Waarschijnlijk geeft dit aspect alleen
al een wonderlijke status aan Antwerpen, want kent u
een stad aan de rivier zonder brug? In Nederland is een
brug het boegbeeld van de stad, een superster die als
een icoon de waardigheid van de stad moet vertegenwoordigen.
Hier in Antwerpen blijft de ruimte boven het Scheldewater
maagdelijk. Een grote lege ruimtelijkheid die functioneert,
die de stad laat ademen en haar inwoners telkens weer
naar haar oevers lokt. Misschien wordt dat aspect over
enkele jaren wel het superpunt van Antwerpen, hoewel
er steeds meer stemmen (onder leiding van de industrieel
J. Leysen) opgaan voor de aanleg van een Scheldebrug
nabij de Kennedytunnel (snelweg Breda - Gent).
Oevers
Wij
laten hier deze verkeersproblematiek aan hen die willen
polemiseren en richten ons op de Schelde zelf, in het
bijzonder op haar oevers. De rivier kent ter hoogte van
Antwerpen slechts één oever: de Linkeroever.
De rechterkant heet niet rechts, dat is de stad. De stad
heeft als grootste partij wel het rechtse Vlaams Blok,
maar geen rechteroever. De linkeroever is vooral bekend
vanwege de stoutste plannen van wijlen Le Corbusier én
van het Sint Annekestrand. Die linkeroever is pas in
de vorige eeuw in ontwikkeling gekomen en heeft altijd
als een plek van weidsheid en natuurlijkheid gefungeerd.
Hier geen havenactiviteiten en dus ook geen kades, maar
het strand van de Schelde (binnenbocht). Deze plek had
(en heeft nog steeds) een grote aantrekkingskracht op
de inwoners van Antwerpen. Door een voetgangerstunnel
(Sint Annatunnel) snel bereikbaar en een oase van rust,
kalmte, groen en natuur. Ideaal voor de zondagse wandeling,
gevolgd door een stevige casserole mosselen met frites
en een paar pintjes in een van de tientallen etablissementen.
Dat is pas echt zondag. Kuieren langs de jachthaven,
jaloers kijkend naar de elegante boten, genietend van ‘Het
Schéld’. De beter gesitueerden kwamen met
de auto, door de Waaslandtunnel (1933!), beter bekend
onder de naam ‘konijnenpijp’. Hier te wandelen
was heel wat anders dan aan de stadskaaien, waar men
meer ging ‘flaneren’, zorgeloos heen en weer
wandelend om te kijken en gezien te worden. Voor de chic
dronk men dan koffie in het oude Zuiderterras. Dit is
tegenwoordig verbouwd door architect Bob van Reeth (de
huidige Vlaamse Rijksbouwmeester), waarmee hij zelfs
het prestigieuze boek ‘The new waterfront’ haalde.
Buiten de wandelaars en de zongenieters is het rustig
geworden aan de stadse kant van de Schelde. Waar eens
de grote boten aanlegden, de passagiersschepen vertrokken
of arriveerden uit het Belgisch Kongo en het bruiste
van handel en emoties, heerst nu de rust van de trage
rivier.
De
beide oevers van de Schelde vormen hier ter hoogte van
Antwerpen een wonderbaarlijke en diverse collage van
activiteiten. Rietland, speelweide, strand, wandelkade,
recreatiegebied, horecapromenade en industriegebied wisselen
elkaar af. Men wandelt, speelt, vaart, schrijft gedichten
of dagboeken of men zit alleen maar stilletjes te kijken.
Het is het ‘Groen Hartje’ van de trotse Sinjoren.
Michel Lafaille
mei 2004 |