Starck
in Parijs... een knock-out
Deel één
Stel, je denkt wat te weten van de ontwerpwereld.
Stel, je denkt zelf creatief ook goed mee te kunnen.
Stel, je wilt op de hoogte blijven van wat er internationaal zoal geboden wordt.
Stel, Philippe Starck staat aangekondigd in het Centre Pompidou te Parijs.
Stel, je denkt Starck wel te kennen, vanuit de literatuur, de televisie of
in het echt.
Stel, je gaat er toch heen, omdat je vindt dat je de dingen gezien moet hebben
en niet mee wilt spelen in de hautaine houding die men inneemt tegenover de
populariteit van Starck.
Stel, je begint onderweg te twijfelen of je voor één mooi vormgegeven
tandenborstel en drie stoelen nou wel naar Parijs dient te reizen.
Stel, je besluit dat er dan wel wat anders interessant te zien is in Parijs.
Stel, je arriveert en bent zoals altijd alleen al van het gebouw opnieuw onder
de indruk.
Stel, je denkt nou die stoeltjes van Starck nog, je koopt een ticket
en gaat binnen.
Alleen een zwaar fluwelen gordijn vormt nog een barrière tussen jou
en Philippe Starck.
Deel twee
De tentoonstelling is gepresenteerd in een ellipsvormige
ruimte, 800 m² meter groot, bewust donker gehouden,
omsloten door een fluwelen rideau; donkergrijs als een
mollenvel, met een vleugje bruin. De setting is als van
een arena of een circus. Objecten en creaties van Starck
vloeien over beeldschermen, die boven pratende borstbeelden
geplaatst zijn waarop zijn eigen beeltenis wordt geprojecteerd.
Een tiental in de rondte. Allemaal praten ze even luid
wat eerst als een kakofonie in de oren klinkt. Iedere
buste heeft zijn eigen verhaal en vraagt om aandacht.
Groepjes stoelen staan voor de beelden, met daarop toeschouwers
die ademloos naar de voordrachten luisteren. Niemand
van het publiek praat. Boven de alsmaar doorpratende
redenaars klinkt de muziek van Laurie Anderson. Starck
heeft zich opgesplitst en vertelt door middel van deze
kunstmatige sprekers zijn verhalen. Sterker dan in de
klassieke uitstalling van een tentoonstelling wordt hier
Starcks scheppende gedachte over het beroep van de vormgever
weergegeven. Door een museale etalage van zijn objecten
te vermijden, creëert hij een onwerkelijk heelal
waarin de toeschouwer binnentreedt in de coulissen van
de designer's werk en zijn denkvermogen.
Hier, op zijn eerste retrospectieve, geeft Starck zich helemaal bloot. Meer
om te verwarren dan om te provoceren. Door deze publieke figuur te scheppen,
kan de bezoeker dichter bij de mens Starck zelf komen. Het idee wat hier geuit
wordt doet de lust ontstaan om zelf te maken: kijk, alles is mogelijk, wordt
wakker en doe iets.
Deel drie
Verwarring, desoriëntatie, confusie. Maar ook beschaamdheid,
verlegenheid. Er zijn geen stoeltjes, geen meubels, geen
tandenborstels. Geen kodachroon opgeblazen foto’s
van hotelinterieurs of hightech kantoren. Allen het woord.
In een opstelling die refereert aan de Griekse agora waar de filosofen hun
toehoorders toespraken. Naast elkaar, door elkaar, over elkaar heen. Waar iedere
redevoering haar eigen diepgang had, maar allen over dat éne handelden:
het begrijpen. Zo laat Starck zijn herauten vertellen over het begrijpen van
vorm, opdracht, benadering, reflectie.
Hij pareerde de uitnodiging om een retrospectief van zijn werk te maken door
een discours op te zetten en anticipeerde daardoor op de verwachting van het
publiek. Een verwachting waar misschien niet aan te beantwoorden was in een
alledaagse tentoonstellingsvorm. Door deze sacrale mise-en-scène verheft
hij het proces en het ambacht van de vormgeving tot een leer van het sublieme.
Maar hij gaat nog een stap verder. Als catalogus bij de tentoonstelling is
een roze boekje op zilversnee te koop met daarin het volledige woord dat wordt
uitgesproken. Een bijbel die men kan meenemen om te herlezen en te bestuderen.
Hij loopt ver voor ons uit, die Philippe Starck.
Michel Lafaille
april 2003 |