De trap
Trappen
verbinden boven met beneden, hieronder met daarboven,
opper en laag, het ene met het andere.
Trappen zijn dus communicatiemiddel. De communicatie kan vormgegeven worden.
Breed of groots, smal of gevaarlijk, rustig of stevig, op het randje of scherp.
Door die vormgeving wordt de trap een plaats op zichzelf. Men is niet in het
ene of andere, niet boven of onder, maar ertussen. Gedeeltelijk in de twee
werelden die door de trap verbonden worden. Daardoor krijgen de dingen die
men op een trap doet een lading en spanning die niet bestaat als men die dingen
boven of onder zou doen. De liefde bedrijven op een trap is spannender. Een
schermgevecht op een trap is scherper, een woordenruzie is dramatischer en
afscheid nemen is hulpelozer.
Een trap is dus altijd een theatrale weg. Zelfs stilstaan op een trap is een
actieve daad en geeft inhoud aan diegene die stilstaat. Hij of zij denkt na,
twijfelt of staat op het punt een keuze te maken. Alleen de roltrap is een
mislukking.
De trap is ook een symbool voor de weg die men moet gaan. Iedere huwelijksfotograaf
heeft zo wel zijn geheime traplocaties waar hij het nietsvermoedende bruidspaar
wil fotograferen. In het stadhuis van Almere heeft men er zelfs een speciale
trap voor gebouwd. Welbeschouwd wordt de trap dan meer als stadium, als fase
gebruikt. Een soort niemandsland buiten de realiteit. Zo zijn ook de trappen
uit de showbusiness. Eenmaal als de vedette de trap is afgedaald staat de trap
de rest van het programma hulpeloos en functieloos in de weg, want hij komt
immers nergens vandaan en de weg terug naar boven wordt nooit genomen. Je wordt
er nooit uitgenodigd om mee naar boven te gaan. Dat zijn trappen zonder belofte.
Behalve de wenteltrap van de beroemde televisiekok Jamie Oliver, The naked
chef. Als hij midden in zijn programma proeft dat hij verse korianderblaadjes
mist, glipt hij in zijn jasje en zweeft over de leuning zijn spiltrap af. De
trap is zijn navelstreng met de stad.
Natuurlijk
is een trap in een tuin, landschap of openbare ruimte
ook functioneel. Een middel om het hoogteverschil te
overwinnen of juist te benadrukken. Vanuit deze zienswijze
is een van de mooiste trappen ontworpen door de Amerikaanse
landschapsarchitect Dan Kiley. Voor een farm in Vermont
(USA) legt hij in een heuvelachtig glooiend landschap
twee waterpas grasvelden met fruitbomen aan met een hoogteverschil
van 1 meter. Die verbindt hij op één bepaalde
plek met een schijnbaar zwevende trap van vijf marmerplaten.
De trap wordt het moment van de tuin. Minder vormgeven
dan dit kan niet meer, maar oh zo mooi.
Een
trap die in zijn allereenvoudigste essentie blijft is
eigenlijk het mooist. Maar wie kan een trap ontwerpen
bestaande uit boomwortels? Dat kan alleen de beweging
zelf. Eerst voorzichtig ontstaan uit dierbewegingen,
later overgenomen door mensen die het langere pad willen
afsnijden. Zou dit ook in beton werken? Zoals in romantische
parken houten bruggen en rotspartijen in beton werden
geïmiteerd? De meest wezenlijke trap, is de uitgehouwen
trap. Tegelijkertijd ontstaat hij uit de rots en verdwijnt
er weer in. De trap is hier geen object meer, geen toevoeging,
maar een blow-up van het bestijgen of afdalen zelf. Het
extrapoleren van de handeling.
Tenslotte
is er de trap als uitnodiging. Hem te betreden vraagt
enige durf. De trap laat niet zien waar hij heen gaat
of met ons in petto heeft. Hij voert omhoog, maar waarheen?
En is het gras niet altijd groen aan de andere kant van
de heuvel? Deze trappen hebben ook een mystiek element.
Hun ornamenten of versieringen geven ze een sfinxachtige
verschijning. Ze zijn zwijgzaam en willen alleen maar
trap zijn. Trap te zijn of niet trap te zijn, dat is
de vraag voor de ontwerper.
Michel Lafaille
februari 2003 |