De Wirtz
familie
Er
zullen mij drie zaken bijblijven van mijn bezoek aan
de Wirtz residentie en het gesprek met Martin Wirtz.
In de eerste plaats het heiligdom van de privé-tuin
van vader en moeder Wirtz. Ten tweede de stilte en de
rust in het smaakvolle kantoor. Ten slotte het respect
en de liefde waarmee Martin spreekt over zijn vader.
Toegegeven,
de eerste zaak is heel persoonlijk, maar het doet me
wat hier te mogen lopen in die zo beroemde tuin, onder
de bloeiende fruitbomen tussen de bekende wildgesnoeide
buxuswolken. Het laantje is ondertussen een icoon van
de tuinkunst geworden. Het is alsof Michelangelo je persoonlijk
rondleidt in de Sixtijnse kapel van het Vaticaan te Rome
om zijn beroemde gewelf te laten zien.
Al tientallen jaren woont en werkt Jacques Wirtz op deze plek in Schoten, aan
de noordzijde van Antwerpen, gelegen aan de Botermelkdijk van het kanaal. Een
landelijk gebied, met een genereuze natuur. Hier was eertijds de groentetuin
van het 19de eeuwse kasteel met het huisje van de vroegere tuinman. In de aanliggende
verbouwde schuur tekende Wirtz senior zijn creaties. Tegenwoordig liggen de
kantoren een steenworp verderop, maar papa Wirtz heeft zijn eigen werkruimte
hier behouden.
Via een smal pad tussen metershoge beukenhagen betreedt men de ietwat formele
voortuin die voert naar het huis. Dit is het hors d’oeuvre vóór
het vuurwerk van het hoofdgerecht geserveerd wordt. Ik kom geen stap vooruit.
Het liefst wil ik alle buxusbollen interviewen en hen vragen naar de geschiedenis,
wat de meester tegen ze zei, hoe hij ze geleid heeft. Boven de gekanteelde
haag uit verrijst het omliggende bos. Hier heerst de sfeer van de antichambre.
Dezelfde vormgeving pal achter het huis, maar daar opent de tuin zich met een
weids uitzicht, met rechts de kas tussen de irissen en de buxusvormen; centraal
de openheid van het gazon – mét solitaire boom- en links de beroemde
laan naar de achtertuin. Geen hagen hier, maar de warmte van een bakstenen
muur. Het tuingereedschap op het gazon verraadt de aandacht en de liefde. Straks,
als de zomer voortschrijdt, zullen naast al dit groen ook de kleuren verschijnen.
Nu is er de bloesem van de fruitbomen die de ingehouden kracht van de tuin
een wat merkwaardige Japanse verwijzing geeft.
In
een nieuw gebouw, landelijk vormgegeven met veel hout
en rode dakpannen, liggen de kantoren van Wirtz International
N.V., opgericht in 1989. Jacques Wirtz (1924) startte
in 1950 als tuin- en landschapsarchitect. Met het studieproject
voor een ontwerp van het Belgische paviljoen op de wereldtentoonstelling
in het Japanse Osaka in 1970 brak hij internationaal
door. Twee jaar later ontwierp hij het Praefecturaal
park in het Japanse Ishikawa/Kanazawa. Sindsdien volgden
opdrachten in België, Italië, Zwitserland,
Spanje, Portugal, Frankrijk, Amerika en Engeland. Toen
de voormalige Franse president François Mitterand
hem toestond zijn stempel te drukken op de Parijse Jardin
du Carroussel et des Tuileries (bij het Louvre) en hem
ook de tuinen van het Elysée (presidentiele residentie)
liet herinrichten was zijn status compleet. De prestigieuze
Encyclopaedia Britannica eerde hem met wereldfaam door
vermelding in haar palmares.
Sinds 1990 hebben de beide zonen Martin en Peter, het familiebedrijf vervoegd.
De nu 80 jarige Wirtz doet het rustiger aan, in die zin dat hij vorige week
met zoon Martin in New York was en vandaag onverwachts naar Bordeaux in Frankrijk
is afgereisd. Hij volgt alle projecten op de voet maar de verantwoordelijkheden
liggen nu bij beide zoons.
In de kantoren heerst volkomen rust. Een brede lichte gang voert langs de vriendelijke
secretaresse die ook als gastvrouw fungeert, naar een strak gezellige conferentiekamer.
Zoon Martin verschijnt om te zeggen dat hij er is en vertrekt weer. De koffie
is heerlijk en de pauze geeft ons gelegenheid rond te kijken. Tientallen ingelijste
tekeningen en foto’s staan tegen de muren te wachten op hun definitieve
plaats. Een wat robuuste heuphoge kast is beladen met boeken en studiemateriaal.
Bovenop prijkt de recente uitgave van The Wirtz Gardens, een dubbelboek
in cassette met paginagrote foto’s.
Later verneem ik dat er momenteel projecten lopen in USA, Engeland, Frankrijk,
Zwitserland; de wedstrijd voor een nieuw park in Antwerpen is gewonnen, het
ontwerp voor de herinrichting van een deel van Het Eilandje aan de Antwerpse
haven in voorbereiding is en de opdracht van enkele particuliere tuinen loopt.
Maar de tranquilliteit en bijna serene stilte die hier heerst, geeft die geheimen
niet prijs.
Met
warme excuses vervoegt Martin Wirtz zich. Broer Peter
is naar het buitenland, dat geeft extra werk.
Hij is charmant en schuift onmiddellijk een compliment naar voren betreffende
de inrichting en de beplantingen van de Nederlandse wegen, alsof ik daar persoonlijk
voor verantwoordelijk geacht moet worden. Ik ben aan zet en feliciteer de familie
met het Cogels park te Schoten (Antwerpen, 1978) dat ik die ochtend voor het
eerst bezocht. Het park ligt er prachtig bij, wat wil zeggen dat het beheer
ervan goed uit te voeren is. De aanwezige onderhoudsploeg verzekerde mij dat
de ‘oude Wirtz’ nog regelmatig langs kwam om te kijken en af en
toe een aanwijzing te geven.
Ik
vraag waarom het bedrijf in het verleden ‘relatief’ weinig
openbare opdrachten heeft verworven, ondanks de grote
bekendheid van de gerealiseerde openbare projecten zoals
het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen, het Cogels
park of de Tuileries te Parijs.
‘Ja,
daar hebt u gelijk in en dat was jammer, maar mijn vader
heeft nooit een politieke kleur of kaart gehad, wat in
België toch zeker, heel belangrijk was vroeger.
Tegenwoordig is dat veranderd, getuige de wedstrijd die
we recentelijk wonnen voor het nieuwe park te Antwerpen.
Voor het eerst in tientallen jaren komt er een nieuw
park in de stad, gelegen aan de E3 snelweg, op de zogenaamde
Konijnenweide. Daar komt ook het nieuwe gerechtsgebouw
van architect Richard Rogers (die met Renzo Piano het
Centre Pompidou te Parijs ontwierp, NVDR). Het is een
eer dat wij daarvoor uitgekozen zijn.
Ook de opdracht voor het Kattendijkdok op Het Eilandje aan de haven mogen wij
maken. Hier worden vijf torengebouwen opgetrokken met appartementen. De woontorens
hebben een maximale hoogte van vijftig meter en worden ontworpen door drie
internationaal bekende architectenbureaus: David Chipperfield (Londen), Diener & Diener
(Basel) en Gigon/Guyer (Zürich). Het worden gebouwen met veel glas, wisselende
tinten en dieptes en een geraffineerde weerspiegeling van de omgeving. De buitenruimte
wordt ingericht door ons gemaakt met een promenade langs het water.’
Dus
nu meer wedstrijden dan vroeger?
‘Ja en nee. We doen mee aan verschillende wedstrijden maar er komen ook
grote opdrachten zelfstandig binnen, zoals laatst van de stad Kortrijk. Daar
hebben we een grote studie gemaakt voor een Masterplan voor het ganse oostelijke
deel van de stad. Daar zijn vervolgens weer gedetailleerdere opdrachten en studies
uit voort gekomen. Ook dat is heel interessant werk. Maar dikwijls zijn het toevalligheden
die aan de basis van een opdracht liggen zoals met het Cogelspark te Schoten,
waar de burgemeester ons heeft gecontacteerd puur op de naam van het bedrijf.
Of het park Bremweide te Deurne waar men ons heeft gevraagd en vervolgens verdere
opdrachten uit zijn voortgekomen. Heel simpele opdrachten, de eenvoud zelf, maar
die na realisatie onderhoudsvriendelijk blijken en goed functioneren.’
Martin
Wirtz weidt uit over diverse kleinere projecten die het
bedrijf heeft ontworpen en die allemaal gebaseerd zijn
op eenvoud. Het liefst werken zij, alle drie de Wirtzen,
alleen met gras en bomen. ‘Je moet het geld niet
steken in een collage van steenpartijen, we hebben groen
nodig in de stad’, zal hij op een zeker ogenblik
zeggen, ‘haal de kasseien eruit en laat de bomen
het werk doen’.
Misschien
een wat bruuske vraag aan een zoon, maar wanneer werd
Jacques Wirtz, dé Jacques Wirtz; was er een duidelijk
omslagpunt?
Na
lang aarzelen. ‘Nee... mijn vader is gegroeid.
Hij is begonnen na de tweede wereldoorlog, heel eenvoudig.
Juniperussen planten en zelf muurtjes neerzetten. Als
hij moest voegen deed hij dat met de duim, want hij wist
niet dat er een voeger bestond. Hij heeft alles zelf
geleerd. Hij was altijd koppig in zijn visies, een soort
einzelgänger. Maar hij heeft altijd veel bezocht.
Hij ging overal kijken, om te leren en liet zich beïnvloeden
door een goede smaak via architecten en voorgangers.
Eind jaren zestig kreeg hij een cliënteel met een
bepaalde schoonheidszin en natuurlijk de financiële
middelen om die te realiseren en dat heeft hem gelanceerd,
in een stroomversnelling terecht laten komen. Maar als
ik nu tuinen van hem zie uit die periode, dan zijn dat
ontwerpen die je evengoed vandaag zou maken. Laatst waren
we samen ergens in zo’n tuin, een tuin uit 1970,
en ik gaf hem dat als mijn reactie. Het enige wat hij
zei was: Ja, vind jij dat?Ja,ja misschien...’
Dat
is een heel andere Wirtz die u nu beschrijft dan die
uit de literatuur, de man met de stijl van de buxuswolken,
de hagen, de grassen...
‘Daar
rijzen onze haren ook van ten berge! Het is pure quatsch
wat ze dikwijls schrijven. Het is een totaal vertekend
beeld. Maar hoe komt dat? Het komt door publicaties in
tijdschriften met steeds dezelfde foto’s. Wij gebruiken
hagen en dergelijke erg veel, ja, maar wij evolueren
toch wel in onze architectuur, continue. Elk plan is
opnieuw een strijd om goede of nieuwe ideeën verder
uit te werken. Ik haat die stempels! Kijk naar zijn minder
bekend werk, natuurlijke parken of ook tuinen die een
grote natuurlijkheid uitstralen. Maar die zijn door de
fotografen minder gegeerd omdat ze geen interessant beeld
opleveren! Of kijk naar de Alnwick Garden in Northumberland,
met de grote watercascade. Een pure kijktuin voor plantenliefhebbers
met een grote collectie botanische rozen. Niks typisch
Wirtz.
Wij hebben juist een zeer brede waaier van interesses die we in onze tuinen
proberen weer te geven. Zowel naar architectuur toe, als naar muziek toe; we
zijn heel grote muziekliefhebbers –ik denk dat zoiets ook heel belangrijk
is in tuinarchitectuur, in het creëren–; een heel brede plantenkennis,
dat mag ik gerust zeggen en dat kunnen veel van onze collegae niet zeggen.
Plantenkennis is essentieel om goede inspiratie te krijgen. Maar ook schilderkunst,
voornamelijk moderne schilderkunst kan erg voeden in de vormgeving. En we gaan
nog steeds veel rondkijken, zoals vorige week in Central Park New York. Waarom
functioneert dat nog altijd? Omdat het zo simpel is, zo eenvoudig en klaar.
Het was visionair. Daar leer je van.’
In
de directe zin?
‘Ja, we zijn nu aan het ontwerpen voor het grote nieuwe stadspark van Antwerpen
aan het nieuwe gerechtsgebouw. Nu is al geweten dat het door zijn ligging zeer
intensief gebruikt zal worden en dat het probleem dus het onderhoud zal worden.
Dus moet er nu al gekozen worden voor eenvoud, zodat welke ploeg dan ook –en
dat kan een sociale werkplaats zijn– er uiteindelijk het beheer zal voeren,
alles in de toekomst blijft zoals het ontworpen is. Dat is de les’.
Het
gesprek gaat nog verder over inspiratievormen, waaruit
blijkt dat de ‘oude’ Wirtz zijn zonen veel
cultuur heeft meegegeven en dat dát een kleinood
is welk in de familie erg gekoesterd wordt. Laat dit
de coda zijn van deze ontmoeting.
Michel Lafaille
mei 2004 |