Bijna elke nacht vind ik in een van mijn dromen het woord dat ik nodig heb om het verhaal of de roman waaraan ik de laatste tijd werk een ultieme wending te geven. Het toverwoord. Zo eenvoudig dat ik het niet eens hoef op te schrijven. Zo simpel dat ik het zal onthouden.
‘s Ochtends weet ik het natuurlijk niet meer, erger, ik weet niet of het er wel was, of het nog ergens in me sluimert, of dat ik enkel dat ritueel heb gedroomd van het vinden van een het woord. Alsof met een woord alles opgelost zou zijn. Dat ik het dan zou snappen, verstaan, oplossen. Zoals mijn vader dacht dat hij slechts ergens in een boek een enkele zin moest lezen om alles te begrijpen. En die niet vond, hoe dikwijls hij ook naar de bibliotheek ging. Een Sisyphusarbeid.
PS Op de foto het kunstwerk Dooi (2007) van Martin Borchert
Reactie plaatsen
Reacties