We waren wezen wandelen (een mooi begin met al die w's) en kwamen bij het kerkhof dat middenin het land lag. Eromheen - als wachters - stonden treurwilgen, wel twintig, met hun hangende takken. Ze hadden al een lichtgele kleur over hun wezen: ze botten als eersten.
Je ziet ze nu opeens ook in de stad overal verschijnen, als wachters bij kruispunten en langs singels. Straks, wanneer ze blaadjes hebben, verdwijnen ze weer, want ze verstaan de kunst om niet op te vallen, ze zijn bescheiden ondanks hun grootte. Maar weet dat ze er altijd zijn, als wachters, die geheime signalen ontvangen uit de ruimte.
Reactie plaatsen
Reacties