We reden dwars door de Alpen. Wat ik er zo mooi vind is dat ze overal het gras op de almen hooien. De gebaren die daarbij horen, de ritmiek. Het keren, het opgooien om elk sprietje en bloemetje te laten drogen, luchtig te maken. Het ritselend geluid.
Ze hooien niet te vroeg, niet te laat, wat getuigt van een tijdsbesef, van een later, wanneer alles onder de sneeuw ligt. Een mooie eigenschap van de mens, zo te kunnen denken.
Ondertussen zijn we in München (D) aangekomen , waar we vandaag de Pinakothek bezoeken.
Reactie plaatsen
Reacties