In de middag, de zon schijnt, de gordijnen zijn dicht.
In de tuin, onder de bomen, is het koeler. Er waait een zacht briesje vanaf de rivier dat het blad doet bewegen.
De kinderen verderop maken kabaal, wat kinderen doen om zich kenbaar te maken. Daardoor besef ik dat ik al dagenlang geen zwaluwen meer heb gehoord. Wel de eksters en de duiven.
Er wacht nog een lange middag, lui, zoals die middagen tijdens de Tour de France zijn, waarin de tijd eens zo lang lijkt te duren. Doezeltijd.
Ik moet zorgen dat er taart is voor morgen, bedenk ik nog, en sluit de ogen. Eventjes.
Reactie plaatsen
Reacties