Zomeren is een ‘Zo-moet-het-voor-altijd-blijven’-gevoel. Het kan niet meer worden, niet warmer, niet voller, niet rijper. Het punt is ingezet waarop de afbraak begint. De vruchten zijn gemaakt, het doel is bereikt, de herfst kan aanvangen.
Nog een tijdje blijven we hier, een weekje of twee, drie. In die zomerse tijdsenclave, waar we van niets anders willen weten.
Reactie plaatsen
Reacties