Er is het moment waarop je de roos waarneemt. Over dat moment wordt nooit gesproken. Er wordt door ons geen aandacht aan geschonken. We zullen het hebben over de roos, over de kleur, over haar ondenkbaar mooie bloemvorm en de vernuftige draaiingen die de bloemblaadjes om elkaar heen maken, als een dans, een pavane van de schoonheid. Misschien praten we over een vergelijking met andere rozen, even mooi, even nobel. Misschien kennen we zelfs een naam, want wat is er zo edel als de nomenclatuur bij de rozen?
Misschien praten we over onszelf, hoe we waren voor we de roos zagen of hoe we ons voelden nadat we roos bewonderden. Over wat de bloem met ons deed, over hoe ze ons verlangen deed oplaaien, ons esthetisch gevoel prikkelde, ons wulps genot deed wakker worden.
Maar nooit vermelden we het derde element van de ontmoeting, dat er ook deel van uitmaakt naast de roos en onszelf en dat is het moment waarin de ontmoeting plaatsvond, waarin onze kennismaking met een van de volmaaktste schoonheidsvormen zich voltrok.
Het ogenblik dat bestond en waar wij geen naam aan geven omdat we zaken als een roos of onszelf hoger schatten dan de tijd en de ruimte waarin die zich bevinden.
Gek, want het had ook heel anders kunnen lopen.
Reactie plaatsen
Reacties