We waren in Sonsbeek, Arnhem. Daar staat aan de rand van het bos een eik. Stil en taalloos. Zo te zien al honderden jaren bij wat eens een woud moet geweest zijn.
Als je erlangs wilt zul je de dikke stam voorbij moeten zien te komen en onder het gebladerte door lopen. Rechts ligt het open weiland met de stieren, links het struweel met de modderbeek. Er is geen weg terug.
Er is niets in onze aardse wereld te vergelijken met zulke zwijgzame eik. Misschien vroeger, de mammoeten.
Onder het gebladerte stroomt een kracht naar de knoestige wortelknokkels die alles aantrekken, waarna het verdwijnt in stilte.
Waren wij op een duivelse grens aangekomen, gearriveerd op het scherp van de snee? Balanceerden wij in een gebied met het wankel evenwicht van de gevallen engel? Of zou de kolossale stam enkel zuchten achter onze rug, met een lichte trilling van de bladeren in de warme zon, als bij een eindeloos genoegen.
We konden het slechts weten door er naartoe te stappen.
Reactie plaatsen
Reacties