We waren op het landgoed Mariënwaerdt. De Heerlijkheid, heet het, en die naam zegt alles.
Ik was er ... oh, wel vijfendertig, veertig jaar geleden voor het eerst. Liep er in mijn eentje rond en vond op een van de wegen een dode buizerd. Dat had iets beangstigend, zo'n grote woeste vogel, nu dood. Op de grond. In de schilderkunst zie je soms dode vogels afgebeeld, symbolisch, en daar hebben ze altijd iets sereens. Buiten niet, zeker niet op het asfalt.
Was hij doodgereden? Vergiftigd en hier terecht gekomen? Ik kon hem niet zo laten liggen, er konden auto's langskomen. Dus trok ik hem voorzichtig over de straatoppervlakte, want ik durfde hem niet te dragen - stel je voor, in mijn armen, dat reusachtige dier - tot in de berm, op wat gevallen bladeren van een eik, want het was herfst, en dat vond ik wel toepasselijk.
Hoelang heb ik daar nog gestaan in mijn eentje. Wat heb ik gedaan? Voorzichtig een foto gemaakt. Toen mijn respect getoond, zoals ze in het Engels zeggen, dat vind ik wel een mooie uitdrukking. Dat is zoiets als bidden, iets kenbaar gemaakt.
Daar dacht ik aan toen we op het landgoed waren, op de Heerlijkheid, aan die lang vervlogen dag.
Reactie plaatsen
Reacties