Buiten is het geluid van voorbijvliegende ganzen te horen. Het is een klank die mysterieus en tegelijk vertrouwd klinkt. Het feit dat ze vliegen geeft vertrouwen, want als zij weten waar naartoe, dan zal er ook een waarom zijn en dan is het goed. Er zit orde en systeem in de dingen en ik kan rustig verder slapen, want dat zal ook wel een zin hebben. Tegelijk maakt dat geluid mij nieuwsgierig, want waarom vliegen ze midden in de nacht, waarom gakken ze naar elkaar? Of naar de wind? Of naar diegene waar ze achteraan vliegen.
Zou er iets zijn? Iets waarvan wij niets weten?
Bovendien maakt dat geluid mij droevig, melancholisch. Want als zij vliegen wil dat zeggen dat ze vertrekken. Misschien wordt het kouder, gaat het vriezen? Er zit verandering in de lucht en de dingen zullen niet meer zijn zoals ze waren. Overigens is de volgende ochtend alles precies zoals het was, en heb ik me zorgen voor niets gemaakt, maar dat is niet zo boeiend om te vertellen als je over ganzen schrijft.
Het geluid van de ganzen attendeert op het begrip tijd. Gek genoeg doet een zwerm spreeuwen dat niet en die kunnen toch ook veel lawaai maken. Meeuwen, die om elkaar heen vliegen en kwaad roepen naar beneden, zijn ook niet bijzonder. Niemand die daarbij denkt aan de tijd.
Bij de ganzen echter… hoor… daar zijn ze weer… of zijn dat er alweer andere die de vorige achterna vliegen?
PS Op de foto zijn de ganzen niet te zien omdat het donker was.
Reactie plaatsen
Reacties