Hij wilde de fotoboeken bekijken, van toen de kinderen klein waren, die speciale momenten die vastgelegd waren, vergoelijkt in de loop der jaren, weggepoetst, veraangenaamd tot een gelukkig gezin. Hij vond de boeken niet, - met hun dikke ruggen en harde kaften, het transparant papier tussen de bladen - natuurlijk, ze waren bij de kinderen, die hadden ze meegenomen want hij keek er toch nooit in. Neem maar mee, had hij gezegd, en had ze ieder een tas gegeven, voor de regen, hier, neem maar mee.
Reactie plaatsen
Reacties