De visboer veegde het bord schoon en schreef KABBELJAUW met roze krijt, de aanbieding van de week.
Voor het braakliggend terrein stond een man te telefoneren. Hij droeg een grijsbruin geruit colbert dat nauw sloot en had een zwarte pet op. Naast hem stond een pony met een doorgezakte buik. Aan een groot piket zat een kabel vast waaraan een rode reclameballon hing op wel dertig meter hoogte. Daarop stond dat de supermarkt vandaag openging.
Er liep een juffrouw met 30 in elkaar gestoken winkelwagentjes voor zich uit.
Ze was knaphandig daarin. Ze was zelf ook knap.
Bij het water stonden drie oude mannen naar haar te kijken. Ze zeiden iets tegen elkaar, vooral die ene die wees.
Ik zat in de auto te kijken en luisterde naar muziek uit de 15de eeuw. Een gloednieuwe cd, zei de presentator.
Ik moest denken aan een ober in een café in Wenen. Ik zag hem weer voor me en hoorde zijn stem die mijn bestelling herhaalde. Hij weet niet dat ik aan hem denk.
Morgen gaat het regenen.
Je moet niet alles geloven.
Reactie plaatsen
Reacties