Het wezen. Plots in het bos. Het leeft. Het houdt me in de gaten, ik sta oog in oog. Ook al zie ik geen oog, het ziet me. Voorzichtig brreng ik mijn telefoon omhoog, knip voor de foto. Ik ben ongevaarlijk, straal ik uit. Een van de tentakels beweegt, of zijn het armen, of toch takken ... Ik zie enkel grillige vormen, geen lijf, geen hoofd, ook geen muil. Het is glad, glimt, gepolijst door de regen. Eeuwenlang. Heel lang. Ik fantaseer er muziek bij, oosters, Chinees misschien. En het wezen vraagt me - in mij hoofd - wat ik hier doe. Ik wandel, zeg ik, en ik hoor mijn vrouw vanuit de verte roepen of ik nou eindelijk kom.
Reactie plaatsen
Reacties