Het mooie van palmen is dat ze zo bescheiden zijn. Ze symboliseren de oase, de verlossing uit de woestijn, het paradijs. Linnaeus noemde de palm de koningin van het plantenrijk.
Maar nooit zullen ze die eer opeisen. Integendeel. In hun sierlijkheid staan ze zwijgend en ingetogen. Hoogstens geven ze aan dat er een licht briesje opstijgt. Dan wuiven ze. Andere bomen zwaaien, zwiepen of kreunen. Palmen wuiven. Discreet, nederig, met modeste beweging. Dat komt door die grote bladeren. Palmbladeren. Als vuurwerk hoog boven die ranke stammen. De minste beweging van de lucht veroorzaakt een zedige ‘cancan’. Niets kan die elegantie verbreken. Palmen breken ook niet, ze buigen. Zeker wanneer er sneeuw op ligt, omdat ze in Nederlandse tuinen worden aangeplant.
Reactie plaatsen
Reacties